Vuur onder ijs – Jacobus Bos

Bramen langs de spoorbaan en kamperfoelie.
Ik leg mijn oor op de rails en ruk
net op tijd mijn hoofd terug.

Mijn jeugd is onstuimig en vol avontuur.
Hoewel ik geen straatvechter ben zoals hij.
Al huist en woekert de woede in ons allebei.

Hij maakt zelfportretten die bloeden.
En dat op wonderlijke wijze blijven doen.
Roest dat gloeit en groeit op de vloer.

Ik verafschuw hem meer dan mijn spiegelbeeld.
Meer dan iedereen die ik ooit heb gekend.
Met zijn vleugels van zeeschuim en fluweel.

De brug over het kanaal gaat open en dicht.
De wind geeft mij de volle laag en de zon
plakt pleisters van licht over mijn ogen.

Ik klauter over het hek naar Niemandsland.
Daar besluit ik de rest van mijn leven te blijven.
Tot ik storm word en regen en de wind en de zon.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar