Spring naar toolbar

De kinderjaren van Jezus – J.M. Coetzee

De kinderjaren van Jezus
J.M. Coetzee
Literatuur
Cossee
2013
Paperback
320
Peter Bergsma
9789059365285

 

Wat (of wie) is de waarheid?

John Maxwell Coetzee geldt als één van de belangrijkste schrijvers van deze tijd. In 2003 ontving hij de Nobelprijs, de Booker prize won hij maar liefst tweemaal. Tot nu toe was het er vreemd genoeg nog steeds niet van gekomen om iets van hem te lezen, een lacune. Tijd om een inhaalslag te maken. Het begin is er: De kinderjaren van Jezus is het eerste deel van een trilogie waarvan het laatste deel onlangs is uitgebracht.

Aankomst als ontheemden

Een volwassen man en een jong kind komen na een bootreis aan in een Spaanstalige stad, Novilla. Ze komen uit een kamp, Belstar, waar ze de namen Simón en David hebben gekregen en waar ze wat Spaans hebben geleerd. Ze worden verwezen naar het ‘Centro de Reubicación’. Het begint stroef. Ze krijgen een woonruimte toegewezen maar degene die de sleutel heeft is er niet, dan weer is ze net vertrokken, of niet bereikbaar. Uiteindelijk vinden ze een plekje.

De man, Simón, is niet de vader van David, maar acht zich wel verantwoordelijk voor het kind. David had een brief met de naam van zijn ouders maar hij is die tijdens de reis kwijtgeraakt. Van hun voorgeschiedenis krijg je niets te weten, want net als voor de anderen het geval is:

 “Bij onze aankomst hier zijn wij allemaal, u, ik, uw zuster, de jongen, schoongewassen van het verleden.”

Ook hun leeftijd is maar een aanname. Simón schat men op vijfenveertig jaar oud, David op vijf jaar. De dag van aankomst is vanaf dan hun verjaardag.

Een leven opbouwen vanaf nul

Met enige moeite weten zij te voorzien in basisbehoeften, hun leven is nogal primitief. Daarin komt enige verandering als Simón een baan als sjouwer weet te vinden in de haven. Eigenlijk is het lichamelijk te belastend voor iemand van zijn leeftijd maar hij weet zich staande te houden.
Hij ondervindt daarbij de nodige welwillendheid van zijn collega’s en de voorman. Het is vervreemdend: het beeld van havenarbeiders in onze wereld is toch wat anders, minder zachtmoedig. Dat effect wordt nog eens versterkt als Simón verneemt wat zij in hun vrije tijd doen. Schaken bijvoorbeeld en het bezoeken van een instituut dat zich met filosofie bezighoudt.

Simón heeft David beloofd naar zijn moeder op zoek te gaan. Hij weet niet wie dat is, uiteraard, maar hij zal het weten zodra hij haar ziet. En zo ziet hij op een dag een vrouw die de moeder van David moet zijn, Ines. Hij weet haar ervan te overtuigen dat zij nu de moederrol zal moeten vervullen en zo gebeurt het ook.

Het is een bijzondere manier om een leven te starten op een onbekende plaats in een onbekend land, maar met medebewoners die hen in het algemeen goedgezind zijn. Het verdere verloop van hun leven in Novilla is niet minder bijzonder.

Drie hoofdpersonen

Simón

Hij is de persoon vanuit wie het verhaal in De kinderjaren van Jezus wordt verteld. Hij is een goedwillende man die zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van David wel heel serieus neemt. Een echte herder. 

Ines

Haar rol is niet zo groot. Zij komt pas in beeld als zij de moederrol op zich neemt. Ook van haar kom je weinig te weten. Ze verbleef voordien bij haar broers in een luxe omgeving, het heeft alle schijn van een gedwongen verblijf, weliswaar met gouden ketenen, maar toch.

David

Eigenlijk draait het om hem. Een bijzonder begaafd kind dat zijn eerste schaakpartij tegen een volwassen en ervaren speler weet te winnen. Een kind dat leert over cijfers en letters, getallen en woorden, maar dat die kennis op een geheel eigen wijze gebruikt.

Religieus verhaal of

De kinderjaren van Jezus zou je kunnen lezen als een religieus verhaal. Zonder dat de naam ook maar één keer wordt genoemd heeft lijkt het er alleszins op dat David de persoon is uit de titel. Het verhaal bevat verschillende aanwijzingen in die richting. Als David op het schoolbord moet schrijven dat hij voortaan altijd de waarheid zal spreken, schrijft hij “Yo soy la verdad – ik ben de waarheid.”

Aan het eind gaat het drietal naar het noorden en onderweg pikken ze een lifter op, Juan. Inderdaad, Johannes, geliefd apostel van Jezus. Het is ook het moment dat “David” erop hint dat hij dondersgoed weet wat zijn echte naam is als hij tegen Simón zegt”:

 “Je moet me bij mijn echte naam noemen.”

En wat te denken van Ines, die zonder dat zij lichamelijk in actie heeft hoeven komen ineens moeder is. En er is meer, veel meer, dat naar religie verwijst. Zelfs voor iemand met een beperkte kennis van bijbel en religie, zoals ik, is het niet te missen.

 …een filosofisch gedachtenexperiment

Hoewel het religieuze overduidelijk aanwezig is neig ik ernaar om te denken dat het om iets anders gaat, een filosofisch gedachtenexperiment. Want naast religieuze verwijzingen zijn er ook vele filosofische. Een paar voorbeelden, zomaar wat passages. 

“Dit is geen mogelijke wereld,” zegt hij. “Het is de enige wereld. Of hij daarom de beste is, is niet aan jou of mij om te bepalen.” (vrij naar Leibniz)

 “Je kunt niet tweemaal in hetzelfde water stappen.” (vrij naar Herakleitos)

 De kern zit hem vooral in het gegeven dat Simón en David “schoongewassen” zijn. Voor eerstgenoemde betekent dat een herstart. David begint aan zijn leven als een onbeschreven blad (tabula rasa) en hij ontwikkelt zich op geheel eigen wijze, een soort empirisme. Hij neemt niets aan van zijn leraar op school. Getallen ziet hij als een fenomeen op zich, niet als iets om mee te rekenen op de manier die min of meer door anderen is ontwikkeld en door iedereen is aanvaard. Met letters en woorden net zo.

David heeft zijn eigen beeld van de werkelijkheid.

Wat zij ook proberen, het lukt Simón, Ines en anderen, zoals de schoolpsycholoog, niet om David zich aan hen te laten aanpassen. David heeft zijn beeld van de werkelijkheid en die is anders dan wat gangbaar is. Hij is daarin zo vasthoudend dat er twijfels ontstaan. Zoals Simón het verwoordt:

 “Maar stel dat wij het mis hebben en hij gelijk heeft?’, zegt hij tegen zijn collega Eugenio. ‘Stel dat deze jongen de enige onder ons is die het werkelijk doorziet?”

Dat lijkt mij de kern van De kinderjaren van Jezus. Want stel dat de eigenwijze zonderling, het kind dat als onbeschreven blad aan zijn leven begint en van daaruit zijn waarheid ontwikkelt, het gelijk aan zijn zijde heeft en de rest van de wereld, vastgeroest in gangbare opvattingen, het bij het verkeerde eind heeft?

Meer over J.M. Coetzee

 

 

0

2 gedachten over “De kinderjaren van Jezus – J.M. Coetzee”

    • Het lezen van dit boek kun je net zo ingewikkeld maken als je zelf wilt. Als je het oppervlakkig wilt lezen is het gewoon een prima verhaal. Ik had niet de indruk dat er iets aan de vertaling mankeerde, wat meestal inhoudt dat het wel goed zit. Denk ik.

      0
      Beantwoorden

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: