De dagschotelaars – Thomas Bernhard

De dagschotelaars
Thomas Bernhard
Roman
Vleugels
2019
Hardcover
93
Ria van Hengel
9789078627791

 

Het nooit geschreven levenswerk

In de afgelopen tijd kwam geregeld de naam van Thomas Bernhard voorbij op een manier die mij benieuwd maakte naar deze auteur van wie ik nog geen boek had gelezen. Daar moest verandering in komen. De keuze viel op De dagschotelaars, waarschijnlijk vanwege deze opvallende titel. Afgaande op de besprekingen van zijn boeken kan dit model staan voor de rest van zijn oeuvre.

Genie met een levenswerk in zijn hoofd

De dagschotelaars zijn vier stamgasten van de Wiener Öffentliche Küche die steevast voor de goedkoopste maaltijd kiezen. De hoofdpersoon, Koller, kent hen al langere tijd, zo’n zestien jaar. Zo lang is het ook geleden dat hij een hondenbeet opliep die niet goed is behandeld. Zijn been is vervolgens afgezet. Sindsdien leeft hij “voor en naar de geest”, mogelijk gemaakt door de riante schadevergoeding van de eigenaar van de hond, een rijke industrieel.

In die zestien jaar heeft hij in zijn hoofd zijn levenswerk bij elkaar gedacht maar daarvan heeft hij nog geen letter op papier gekregen. Een titel heeft hij wel: Fysionomie. Dagelijks maakt hij dezelfde wandeling naar de oude es, maar op een dag loopt hij in plaats daarvan verstrooid naar de oude eik. Het verandert zijn leven. Hij ontmoet de ik uit het verhaal, bankemployé, een oude schoolgenoot die verder anoniem blijft. Deze ik heeft Koller altijd bewonderd, die was het genie en de ik kwam op plaats twee. Na die ingrijpende gebeurtenis vertelt Koller aan de ik het verhaal dat hij in zijn hoofd heeft. Dat gaat over De dagschotelaars. De verteller zal de enige zijn die het verhaal te horen krijgt, de lezer moet het doen met diens interpretatie. Door een noodlottig ongeval zal Koller geen letter op papier kunnen krijgen.

Respect voor de inhoud, toch niet aan mij besteed

Ambivalente gevoelens heb ik aan dit boek overgehouden. Het is een parodie op het (miskende) genie dat vooral in zijn hoofd van alles lijkt te presteren maar dat er niet in slaagt dat in iets tastbaars om te zetten. Het karakter van Koller past daar goed bij. Hij denkt de wereld te kennen, in ieder geval beter dan wie ook. Bij die houding past ook het vrijwel totale isolement. Koller leeft vooral in zijn hoofd, de tafelgenoten zijn studiemateriaal, goed voor de inhoud van zijn levenswerk. De rest van de maatschappij is zijn aandacht niet waard. Een zeker cynisme is hem niet vreemd.

De manier waarop Bernhard het vertelt is niet echt aan mij besteed. Lange zinnen, geen alinea’s, veel herhaling en er gebeurt niet veel. Er zit een ritme in dat mij niet goed bevalt en met de hoofdpersoon heb ik ook niet veel. Bewondering zonder warme gevoelens, ongeveer zo zal ik terugdenken aan De dagschotelaars.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: