Streng en aanbiddend – M. Vasalis

Streng en aanbiddend kijkt zij in mijn ogen
terwijl zij drinkt, of zij iets heiligs doet.
En een godin in mij wordt plots bewogen
en stort in mildheid uit en overvloed.
Ik word een pijn van liefde en erbarmen,
een huif van aandacht en van veiligheid.
O lief, zó dorst ik naar uw armen
in noodzaak en in heiligheid.

 

Analyse:  http://klassiekegedichten.net/index.php?id=5

Landschap – H. Marsman

In de weiden grazen
de vreedzame dieren;
de reigers zeilen
over blinkende meren,
de roerdompen staan
bij een donkere plas;
en in de uiterwaarden
galopperen de paarden
met golvende staarten
over golvend gras.

Voor de kade – Jan Emmens

Voor de kade wisselt een wolk meeuwen
als strooibiljetten op een sterke wind
van aanblik als ’t verloop van eeuwen.
Het is windstil. De wind is een klein kind
dat met geluidjes brood staat uit te strooien.

Zijn tijd aan denken of aan doen vergooien
verschilt niet veel, ’t is stenen toch voor brood.

Wordt liever kind: twee beentjes en wat rood;
het doet soms eeuwen inderhaast ontdooien.

Spring naar toolbar