1 De opkomst van de Griekse beschaving

Het is lastig een verklaring te geven voor de opkomst van de beschaving in Griekenland. Veel van voor een beschaving essentiële elementen hadden al bestaan in landen als Egypte en Mesopotamië. In Griekenland leken deze elementen samen te komen. Daaraan hebben zij zaken toegevoegd als wiskunde, natuurwetenschap en filosofie.

De filosofie begint met Thales, die kan worden gedateerd omdat hij een zonsverduistering van ongeveer 585 voor Chr. juist heeft voorspeld. In die periode ontstonden filosofie en natuurwetenschap.

Interessant is om te weten wat daarvoor gebeurde en hoe het komt dat dat in Griekenland samenkwam.

De twee beschavingen van grotere omvang waren Egypte en de Mesopotamië, met uiteindelijk Babylon als machtigste stad. Beide beschavingen kenden veel overeenkomsten:

  • ligging aan belangrijke rivieren (Nijl, respectievelijk Eufraat en Tigris), die de landbouw vergemakkelijkten.
  • De koning was goddelijk en had absolute macht
  • Het bestaan van een militaire en priesterlijke aristocratie
  • Een polytheïstische religie, met een oppergod met wie de koning een nauwe band had

Maar ook verschillen. De religies waren zeer verschillend: was de Egyptische vooral gericht op de dood en geluk in het hiernamaals, met Osiris in de rol van Petrus, waarvan de piramiden een uitdrukking waren, de Mesopotamische was meer gericht op voorspoed in het heden.

De priesterkasten werkten in beide beschavingen een gecompliceerde theologie uit (volgens de auteur: je zou denken dat religie is gebaseerd op de aanwezigheid van goden en godinnen, dit lijkt op het omgekeerde te duiden).
De goden kregen ook een moreel karakter doordat zij in verband werden gebracht met de aardse regering. Wetgevers ontvingen de wetteksten van hun god; het oudst bekende voorbeeld is dat van Hammoerabi, die omstreeks 2100 voor Chr. over Babylon regeerde, die stelde deze van Mardouk, de god van Babylon, te hebben ontvangen.

Beide beschavingen hebben op onze huidige tijd behoorlijk invloed: de schrijfkunst ontstond in Egypte, voornamelijk via ideogrammen (vergelijkbaar met het huidige Chinees), van Babylon zijn niet alleen magie, waarzeggerij en astrologie afkomstig, doch ook de indeling van het etmaal in 24 uren, de cirkel in 360 graden en de ontdekking van enige regelmaat in zons- en maansverduisteringen.

Beide volken waren van oorsprong landbouwvolken. Een nieuwe factor was de opkomst van de handel, aanvankelijk voornamelijk over zee. Op dit gebied lijkt Kreta een voorname rol te hebben vervuld: in eerste instantie hielden zij zich voornamelijk bezig met zeeroof, later werd op normale wijze handel gedreven, want uiteindelijk voordeliger.

Van Kreta is voornamelijk overgebleven dat het een vrolijk en krachtig volk was, wat kan worden afgeleid uit de kunst,met als middelpunt het paleis van koning Minos in Knossos.

Voordat de Minoïsche cultuur werd vernietigd had deze zich al verbreid naar het Griekse vasteland. Deze is bekend als de Mykeense beschaving. Hierover is weinig bekend: bestond deze al, of ontstond deze na onderwerping door de Kretenzers? Het vermoeden bestaat dat het gaat om blondharige veroveraars uit het Noorden, die de Griekse taal hadden meegebracht.
De Grieken kwamen in drie golven naar Griekenland: de Ioniërs, die vermoedelijk de Kretenzische beschaving hebben overgenomen, vervolgens de Achaïers en ten slotte de Doriërs. Onder hun invloed werd de Indo-Europese godsdienst overheersend, hoewel de lagere klassen voornamelijk bleven bij de Mykeense; ofwel het klassieke Griekenland was een mengvorm van beide.

Het vasteland van Griekenland is bergachtig en grotendeels onvruchtbaar, de dalen zijn wel vruchtbaar. De dalen hadden gemakkelijk toegang tot de zee, waaraan de steden ontstonden, maar waren door de natuurlijke barrières  van de bergen tamelijk geïsoleerd. Degenen die geen bestaan vonden in de landbouw zochten vanuit die steden hun heil over zee en stichten koloniën, bijvoorbeeld in Klein-Azië en Italië.

In Griekenland ontstonden maatschappelijke stelsels die sterk uiteen liepen. Er bestonden dan ook verschillende volken die verschillende gebruiken kenden. Tussen deze volken ontstond uiteindelijk een vorm van handel; een van de gevolgen daarvan is het ontstaan van de schrijfkunst (ik vind het aannemelijk dat waar wordt gehandeld het voor de hand ligt dat gemaakte afspraken, wat hoort bij handelen, op een voor partijen eenduidige manier wordt vastgelegd). Vermoedelijk is er meer eenheid ontstaan doordat vanuit het Fenicische alfabet een schrijfmethode ontstond die zo praktisch bleek te zijn  dat deze de opkomst van de Griekse beschaving zeer heeft bespoedigd.

Het eerste opmerkelijke produkt was Homeros; het vermoeden is dat dit een reeks dichters betrof, en niet één man. De Ilias en de Odyssee zouden gedurende een periode van twee eeuwen (750 tot 550 voor Christus) zijn ontstaan. Aanvankelijk in Athene, later ook in andere delen van Griekenland, kregen deze werken een centrale positie.

Tegenwoordig worden deze werken beschouwd als een vorm van denken, gelijk aan de verlichting uit de 18e eeuw. De godsdienst is bij Homeros niet bijzonder religieus. De Goden worden eerder voorgesteld als een aristocratie van heersers, die hun bovenmenselijke eigenschappen aanwenden om te kunnen leven van de opbrengsten van de gewone sterveling, bijvoorbeeld door het brengen van offers. Toch moet ook worden gezegd dat de menselijke helden van Homeros zich niet best gedroegen; list en bedrog waren veel voorkomende onderwerpen.

In dezelfde eeuw als het ontstaan van de gedichten van Homeros ontstonden de Griekse natuurwetenschap, geschiedenis en filosofie,  in andere werelddelen waren er vergelijkbare fenomenen als Confucius, Boeddha en Zarathoestra.

Griekenland was destijds verdeeld in een groot aantal kleine, onafhankelijke staatjes (zoals Sparta, Korinthe en Arkadië) met hun eigen kenmerken. In het oude Griekenland was er een vorm van religiositeit die meer overeenkomt had met onze invulling van dat begrip. Uit de verering van Dionysos (Bacchos), de god van wijn en dronkenschap, ontwikkelde zich een mystiek die zijn stempel heeft gedrukt op de christelijke theologie.

Dionysos was van oorsprong een Thracische god.  De ontdekking van het brouwen van bier en het maken van wijn resulteerde in toenemende verering, zich onder andere uitend in een vorm van leven die als losbandig werd beschouwd, althans één waarbij het voelen en handelen de voorrang krijgt boven het denken, dat als beschaafder wordt gezien. Dat denken uit zich in het vooruitdenken, maar ook in het zichzelf en zijn omgeving opleggen van beperkingen via wetten, gebruiken en religie. Aan deze beperkingen en de dagelijkse beslommeringen kon men ontsnappen door de roes van de alcohol .

Tegenover Dionysos stond Orfeus, die eerder de geestelijke roes bevorderde dan de fysieke. Orfici streefden, deels door reinigingsceremonieën, ernaar zuiver te worden: zij geloofden in zielsverhuizing en verkondigden dat de ziel in het hiernamaals eeuwige zaligheid deelachtig kon worden. Voor hen bestaat het leven uit leed en vermoeidheid. Een van de uitingen daarvan is te vinden op een tablet waarvan de tekst neerkomt op het mijden van  het drinken uit de bron der vergetelheid (toestand van een roes?) en in plaats daarvan wel te drinken uit de bron van de herinnering. Orfisme kenmerkt zich dan ook door een sterke mate van ascetisme.

Het conflict tussen deze twee gedragingen loopt als een rode draad door de geschiedenis.

 

 


 

Share

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar