“Aanmaakhout!”, schreeuwt mijn gestorven straat,
en ik vecht tegen de grijze regen:
Radio-actief springt hij mij tegen
en bijt giftig in mijn koud gelaat.
Of geen God van liefde meer bestaat,
zie ik haat en hoonlach allerwegen.
En elk donker huis verbergt verzwegen
angst om dood, waaraan de ziel vergaat.
Trieste kindren hunkren aan de ruiten
tot hun adem ’t suikerhart besloeg:
Door de wind en zijn satanisch fluiten
worstel ik amechtig naar de kroeg
om mijn dorst naar Sinterklaas te uiten …
Als ik eens een hart vol liefde vroeg?
Ontdek meer van JKleest
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.