5 Parmenides

De historische betekenis van Parmenides ligt in het feit dat hij een metafysische bewijsvoering uitdacht die in de een of andere vorm terugkeert bij vrijwel alle latere metafysica.

Zijn leer komt erop neer dat alle zintuigen bedrieglijk zijn, hij veroordeelt de zintuiglijke waarnemingen als illusies: alleen datgene wat gedacht kan worden bestaat, datgene wat niet kan worden gedacht bestaat niet. Het enige werkelijke is het ene dat oneindig en ondeelbaar is, als iets dat materieel en ruimtelijk is, een sfeer, die niet kan worden opgedeeld, want het is in zijn geheel overal en altijd aanwezig en is daarmee onveranderlijk.

Het komt neer op: als men denkt, denkt men aan iets. Als men een naam gebruikt, moet dat een benaming zijn van iets. Dus: zowel het denken als het spreken vereisen objecten buiten zichzelf. Aangezien men kan denken of spreken op verschillende tijden, moet dit altijd bestaan, dus kan er geen verandering bestaan, omdat dit het worden en het vergaan van die dingen inhoudt. 

Voorbeeld: een verwijzing naar een historische persoon kan alleen betekenis hebben als deze heeft bestaan. Omdat wij zijn naam nog steeds kunnen gebruiken op een manier die iets betekent, moet deze persoon tot op zekere hoogte nog steeds bestaan.

Russell bewijst de onjuistheid van deze stelling door de persoon en het beeld dat de mensen van deze persoon hebben van elkaar los te koppelen. De historische persoon bestaat niet meer, maar wel het beeld dat wij nu van deze historische persoon hebben; in onze zintuigen, in onze herinnering of in onze gedachten. Zintuiglijke waarnemingen, inclusief herinneringen, zijn geen illusies.

Een van zijn leerlingen, Zeno, heeft de redenering van eenheid en onveranderlijkheid tot in het absurde uitgewerkt in paradoxen waarin hij stelt dat beweging binnen die sfeer niet mogelijk is. Een bekende is die van Achilles en de schildpad: Achilles kan nooit een wedstrijd van een schildpad winnen als deze met een voorsprong begint. Achilles moet eerst de helft van de afstand tot het startpunt van de schildpad overbruggen, doch de schildpad heeft zich voortbewogen. In deze paradox kan dit tot oneindig doorgaan en zal Achilles nooit het beginpunt van de schildpad, laat staan de schildpad zelf, kunnen bereiken.

Dit kan uiteraard niet, doch pas in de 17e eeuw werd een sluitend bewijs gevonden door de voortgang te koppelen aan het tijdsverloop. De tijd om een bepaalde afstand te overbruggen is voor Achilles korter dan voor de schildpad. Hierdoor zal na verloop van tijd Achilles altijd de schildpad inhalen.

De tegenstrijdigheid zit daarin dat Zeno slechts kijkt naar het overbruggen van de afstand. Het tegenbewijs kan alleen maar worden geleverd door een andere natuurwet, tijdsverloop, daaraan te koppelen.
Dit is uiteindelijk de basis geweest van enkele theorieën van Newton.

De tegenstrijdigheden die uit deze paradoxen bleken, gaven aan dat er meer moest zijn dan één ding en maakte  een herziening van het monisme noodzakelijk.

Share

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar