I
In het Barlose spreek ik de taal
waarin ik niet werd geboren:
die mijn eerste tweede werd
Over de Ligterinkweg
lag het pad dat ons verbond
Hij net als ik de jongste
Wij beiden
een nieuwe wereld namen gevend
wanneer we bij elkaar speelden
Vuren bokse eerpels gedien
Zijn vader mende paarden op de es
zijn opa zeiste giechelend het gras
Vijftig jaar later of er niets is gepasseerd
spreek ik de vorm van de taal nog van daar:
de tongval klopt de woorden vervang ik
door die van de stadsmens van buiten
maar zonder dat ik een vreemde werd
Aarzelend houd ik mij staande
geaard waar ik niet werd gepoot – hij wel
die ik, met mijn vloeiend Achterhoeks
ben kwijtgeraakt
Ontdek meer van JKleest
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.