H22 Wanneer kunnen we ons verlaten op intuïties van experts

Dit hoofdstuk gaat vooral over het verschil van inzicht tussen Kahneman en een collega die van mening was dat menselijke oordelen superieur zijn aan algoritmen. In plaats van ruzie te maken zijn zij de uitdaging aangegaan om te achterhalen waar dat verschil van inzicht vandaan komt. Het leidde tot een serie gesprekken en uitwisseling van kennis die bijn tien jaar heeft geduurd.

Wonderen en tekorten
Hier wordt een boek aangehaald dat twee tegenstrijdige voorbeelden van intuïtie geeft. Een beeld dat vervalst lijkt maar waarvan de vervalsing niet kan worden aangetoond. Toch is de consensus: vervalsing. Een triomf (?) van intuïtie. Een president is gekozen omdat hij er sterk en besluitvaardig uitzag, maar hij werd een mislukking. Dit is een voorbeeld van falende intuïtie.
Een vrij zwak en overbodige passage.

De invloed van vaardigheid, oefening en feedback
De rest van het hoofdstuk behandelt voorbeelden van situaties waarin mensen wel op hun intuïtie mogen afgaan. Het gaat dan vaak om situaties die weinig invloed ondervinden van niet of moeilijk beheersbare externe factoren; denk aan een brandweerman die heeft leren aanvoelen wanneer een gebouw zodanig is verzwakt dat uitwijken of naar buiten gaan de beste optie is.

Maar bijvoorbeeld ook de schaker die door vele uren oefening in staat is om stellingen te doorgronden en zonder nadenken een zinnige zet weet te doen, iets wat een beginner of niet geoefende schaker niet zou kunnen.

Het zijn dat soort verschillen die de meningen van beide deskundigen nuanceren: Kahneman heeft ervaren door zijn onderzoeksobjecten dat algoritmen tot betere uitkomsten leiden en bij de collega was dat anders doordat hij andere onderzoeksobjecten had gebruikt.

Share

Geef een reactie