H25 De fouten van Bernouilli

Deel 4 gaat over het maken van keuzes. Het begint met de vraag: welke regels bepalen hoe mensen kiezen tussen verschillende simpele gokken en tussen gokken en zekerheden. Het vakgebied beschikt over een theorie, de theorie van verwachte utiliteit, keuzelogica. Neem een voorbeeld:

Waaraan geef je de voorkeur?
A Gooi een munt op. Als het kop is win je 100 dollar en als het munt is niets.
B Je krijgt met zekerheid 46 dollar.

Veruit de meeste mensen bleken op veilig te spelen.

De fout van Bernouilli
Hij is de bedenker van een theorie die er, kort gezegd, op neerkomt dat absolute vermogenstoename voor een relatief arm persoon meer utiliteit heeft dan voor een relatief rijk persoon; de teruglopende marginale waarde van rijkdom.

De theorie gaat mank op enkele onderdelen. Voorbeeld:
A en B hebben elk 5 miljoen.
A had gisteren 1 miljoen en B 9

A en B zijn nu even rijk en zouden vanaf nu even gelukkig moeten zijn. Hierbij wordt vergeten om te vergelijken met gisteren; die gaat uit van het nu. Als dat wel zou gebeuren dan zou A gelukkiger zijn en B niet.

Ander voorbeeld:
A bezit 1 miljoen en B 4 miljoen.
Zij kunnen allebei kiezen:
Gelijke kansen om 1 of 4 miljoen te bezitten of
De zekerheid van 2 miljoen

Bij het kiezen voor zekerheid verdubbelt het vermogen van A en halveert dat van B. De keuzen zullen mogelijk anders uitpakken, omdat de uitgangspunten verschillend zijn.

 

Share

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar