H8 Hoe oordelen zich vormen

Basisevaluaties
Het aantal vragen dat we kunnen beantwoorden of stellen is eindeloos. Dat is een taak voor  Systeem 2. Systeem 1 werkt anders: het houdt voortdurend in de gaten wat zich binnen en buiten ons brein afspeelt en beoordeelt voortdurend diverse aspecten van de situatie zonder er specifiek de aandacht op te vestigen of anderszins inspanningen te verrichten. Deze basisevaluaties spelen een belangrijke rol in onze intuïtie, ze nemen makkelijk de plaats in van lastigere vragen. Dit is in principe hoe heuristiek en bias werken.

Wat zijn basisevaluaties? Dat is vooral het inschatten van situaties: is er een dreiging of juist een kans? Moet ik vechten of vluchten? Deze inschatting vinden bijvoorbeeld plaats op uiterlijke kenmerken zoals de vorm van een gezicht (is de kin wilskrachtig of juist wijkend), de gelaatsuitdrukking (lachend of fronsend). Deze primaire indrukken beïnvloeden keuzes en denkprocessen. Bijvoorbeeld keuzes: iemand met een sterke kin en een uitstraling van zelfvertrouwen wordt sneller als competente leidinggevende beoordeeld dan iemand die vooral voorkomend overkomt. Politici bijvoorbeeld maken nogal eens gebruik van deze neiging tot automatisch gevormde voorkeuren, beeldvorming.

Afstemming van intensiteit
Een ander talent van Systeem 1 is het op elkaar afstemmen van verschillende dimensies. Een zware misdaad zoals moord wordt geassocieerd met een donkerder tint dan diefstal en qua muziek met respectievelijk fortissimo en pianissimo, qua volume klinkt een moord harder dan een diefstal. Voor de intensiteit van bestraffingen geldt hetzelfde. Uit proeven bleek dat mensen een gevoel van onrechtvaardigheid konden ervaren als het volume van de bestraffing afweek van het volume van de misdaad.

Share

Geef een reactie