Inleiding

De wereld van de filosofie wordt bepaald door twee factoren:

  • Godsdienstige en ethische opvattingen; de overeenkomst wordt gevormd door speculaties over dingen waarover tot dusver geen definitieve kennis kon worden verkregen. Dogma’s horen in dit domein thuis.
  • Exacte wetenschap; de overeenkomst is in dit geval dat zij meer een beroep doet op de menselijke rede dan op autoriteit. Dit domein bevat duidelijk omschreven kennis.

De taak van de filosofie is om te streven naar antwoorden op vragen waarop enerzijds theologie geen antwoord heeft en anderzijds wetenschap geen antwoord kan geven. Is dat zinvol?
Vanuit historisch perspectief: ja. Het kan inzicht geven in de tijdgeest van nu en vroeger.
Vanuit persoonlijk perspectief: de mens weet weinig en leeft daardoor in onzekerheid. Religie kan hierop alleen dogmatische antwoorden geven, wetenschap heeft te weinig antwoorden. Filosofie kan helpen te leven met deze onzekerheid.

De geschiedenis van de filosofie kent drie periodes:

  • De filosofie van de oudheid. Deze ontstond in Griekenland en eindigde bij de ondergang van het Romeinse Rijk. Wat volgde was een periode van grote verwarring, barbarij en volksverhuizingen.
  • De katholieke filosofie. Deze eindigde in de verwarrende periode van de reformatie.
    In de periode na het Romeinse Rijk was een tweestrijd gaande tussen twee machten: de kerkelijke, die in enkele eeuwen aan invloed had gewonnen, en de wereldse, voornamelijk Teutoonse koningen die zoveel mogelijk van de traditionele Germaanse instellingen in stand wilden houden.
    Theologie ging uiteindelijk overheersen. Wegens de verdeeldheid van de wereldse machthebbers en de schijnbare eenheid binnen de, met name Roomse, kerk, en het primaat op onderwijs dat de kerk bezat, zegevierde de kerk in deze strijd.
    Doch, ook dit was tijdelijk: het grote schisma, de concilies en het pausdom van de renaissance leiden tot de reformatie, waarin de eenheid werd verbroken. Dit had tot gevolg dat de scholastische theorie inzake het bestuur, waarin de paus centraal stond, werd vernietigd. Ook nieuw opgedane wetenschappelijke inzichten, zoals Copernicus, hadden hierin een belangrijke bijdrage.
  • De moderne filosofie. Deze begint met Descartes: hij gaat uit van zichzelf als fundamentele zekerheid van het bestaan. Dit individualisme was ook zichtbaar in de religie: wederdopers wezen elke vorm van wet af.
    Dit individualisme had naast romantiek ook meer abnormale vormen van subjectivisme tot gevolg, zich uitend in de heldenverering van Nietzsche en Carlyle. In reactie hierop ontstond de theorie van het liberalisme dat een compromis zocht tussen de individuele vrijheid en de gebondenheid van de overheid. Locke was hierin een sturende figuur.
    Meer radicale reacties ontwikkelden zich:
    Hobbes: diens leer werd belichaamd in Cromwell
    Rousseau: Napoleon
    Hegel: het nationaal-socialisme in Duitsland.
Share

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar