Zwijgende liefde (IV) – Julius Vuylsteke

O, ‘k heb de lachende lente lief
met haren bleekgroenen dos;
de langgehaarde dichters gaan
dan mijmeren in het bosch.

De nachtegaal zucht dan zijne klacht
in wonderbaar geluid;
de rozen ademen hare ziel
in smachtende geuren uit.

’t Is weder lente! Ik ook herleef,
ik ook voel nieuwen gloed,
‘k ook voel nieuwe liefde in het hart,
in ’t willen nieuwen moed.

‘k Wil openhartig wezen als gij,
o roos, o nachtegaal;
‘k wil haar verklaren geheel mijn ziel
in vrije en vurige taal.

Share

Ontdek meer van JKleest

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.