Wanneer ik dood ben en de donkren komen,
Geef me ’t portret niet mee, dat altijd mij
Ten hoofdeneinde stond en in mijn dromen,
Ik merk er toch niets van. Het is voorbij.
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
Wanneer ik dood ben en de donkren komen,
Geef me ’t portret niet mee, dat altijd mij
Ten hoofdeneinde stond en in mijn dromen,
Ik merk er toch niets van. Het is voorbij.