Een schatting, die het hart betaalt
Met diepe zuchten, heete tranen;
Een nevel, die van boven daalt,
Om tot de ziel een weg te banen:
Een vlijm, die loutert en geneest,
Al laat zij diepe voren achter;
Een stem, die, roept zij ’t liefste ’t meest,
Dat liefste heenvoert naar een Wachter,
Die soms iets eischt tot hooger doel,
Waar Smart voor altijd ligt verbroken,
Waar, uit de kerf van ’t zielsgevoel,
De paradijsroos is ontloken.