Wij zilvren wezens – Herman Gorter

Wij zilvren wezens, nevellichten, gewassen
neven elkaar, onzeker, wilden het licht:
In misten van donker, onze groote vragen
vreemdelinge in scheemre mist om licht –
Teeder beginnen en glimlachend blinken,
lichtkens verrijzen, weigren te versterven,
zekerlijk lachen en lichtblijde blinken,
wenken en vlieden, vliedend omziend, wimprend,
wilgen van licht, linten van licht, wit zilvren
wateren licht, fleemlicht, zichten rillicht,
scheden en bajonnetten licht, – lichtarmee.

Ons vleesch bloeiend van licht, licht slempend,
onz’ harten zwellend van licht, licht brekend,
oogen licht donzend, kristallen lichtkronen.

Over Herman Gorter

Herman Gorter

Herman Gorter (Wormerveer, 26 november 1864 – Sint-Joost-ten-Node, 15 september 1927) was een Nederlandse dichter. Ook was hij medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij, de latere CPN. Hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte Mei (1889). De openingsregel van dit gedicht, Een nieuwe lente en een nieuw geluid is een staande uitdrukking geworden.

Een nieuwe lente en een nieuw geluid
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
In een oud stadje, langs de watergracht

Lees verder

De lente – Herman Gorter

De lente – ik sta midden in haar –
o daar komt ze daar daar
daar vliegt ze op mij aan, ze zoent me,
ze zoent me, ze zoent me en ze noemt me
haar zoete ademen, woord voor woord;
o en daar vliegt ze voort
de honnege fladderende lente,
daar naar de verte, daar naar de horizonnerige tenten,
de zilveren, zilvervoetige, zilverhandige lente,
de zomerige lente.

Lees verder