De vogel – Bertus Aafjes

Ik lig vaak onbetoverd in de warme
Nachten, als voor de tweede maal weer kind,
Met losse benen en met losse armen,
Nu ik u niet meer te omhelzen vind.

De maan draait langzaam aan de open hemel
Gelijk een gouden scheepje over zee;
De sterren in hun eeuwenoud gewemel
Drijven als kleine waterlelies mee.

Dan vliegt gij soms door ’t open venster binnen
Gelijk een vogel die vergaat van dorst;
Ik voel uw voetjes tripplen door het linnen;
Snel drinkt gij aan de vijver van mijn borst.
Gij vouwt uw vleugels samen rond mijn hart,
Eer gij verdwijnt in ’t nachtlijk blauw en zwart.

Share

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar