Miklós Bánffy

Miklós Bánffy werd geboren als telg van de invloedrijke Zevenburgse grootgrondbezittersfamilie Bánffy, die sinds 1855 de titel van graaf voerde. Zijn vader was graaf György Bánffy de Losoncz (1845–1929). Zijn moeder, barones Irma (née) Bánffy de Losoncz behoorde tot de tak van de familie Bánffy de Losoncz die de titel van baron voerde. Zij was een dochter van baron Albert Bánffy de Losoncz, opper-ispán van het comitaat Kraszna, en gravin Ágnes Esterházy de Galántha.

Bánffy studeerde rechten en werd in 1901 lid van de Hongaarse Rijksdag. Van 1906 tot 1909 was hij opper-ispán van Kolozs. Van 1912 tot 1918 leidde hij het Nationaal Theater en de Opera van Boedapest en in 1921 werd hij minister van Buitenlandse Zaken van het onafhankelijke Hongarije in de regering van István Bethlen, hoewel hij weinig sympathie koesterde voor het autoritaire regime van admiraal Miklós Horthy, die als regent het staatshoofd van Hongarije was. Hij zette zich in voor een herziening van de Hongaarse grenzen, vastgelegd in het Verdrag van Trianon, waarbij Zevenburgen aan Roemenië werd toegewezen. Hij vertegenwoordigde Hongarije op de Conferentie van Venetië (1921), waar hij een referendum voor de stad Sopron uit het vuur wist te slepen, en nam deel aan de Conferentie van Genua in 1922, waar hij onderhandelingen voerde met de Sovjet-Russische buitenlandminister Georgi Tsjitsjerin.

Bánffy stapte uit de regering door een aanslepend conflict met Kálmán Kánya, het diensthoofd van het ministerie, die hem dwarsboomde in zijn inspanningen en hervormingen. Bovendien frustreerde het hem dat hij geen bindende volmacht kreeg van de regering om onderhandelingen te voeren, hoewel hij een ervaren diplomaat met goede contacten was, en zorgden het vele en lange werk en de zware verantwoordelijkheid tegenover zijn land voor mentale en nerveuze uitputting.

Tijdens zijn leven zette hij zich in voor de toenadering tussen Hongarije en Roemenië. In 1926 nam hij het Roemeense staatsburgerschap aan, wat een grote opsteker was voor het communistische regime in Roemenië, om zijn Zevenburgse landgoederen te kunnen behouden. Hij was ertoe gehouden zich van actieve deelname aan de politiek te onthouden, en wijdde zijn tijd als mecenas aan de Hongaarse cultuur in Zevenburgen.

Van 1934 tot 1940 verscheen de Zevenburgentrilogie, zijn magnum opus over het verval van de aristocratie in Hongarije sinds het begin van de 20e eeuw. Bánffy had een innige band met Carola Szilvássy, die model stond voor Adrienne Milóth in de trilogie. Ondanks hun intense relatie kwam het tussen hen niet tot een huwelijk. Carola trouwde met baron Elemér Bornemisza, met wie ze een ongelukkig huwelijk leidde, en Bánffy trouwde in 1939 tot algemene verbazing met de actrice Aranka Váradi.

Na de Tweede Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen werd Noord-Transsylvanië weer bij Hongarije gevoegd, iets waarvoor Bánffy altijd al gepleit had. In april 1943 bezocht hij Boekarest om Antonescu’s Roemenië te overtuigen samen met Hongarije de asmogendheden te verlaten en vrede te sluiten met de geallieerden. De onderhandelingen die daarop volgenden werden echter meteen afgebroken, omdat er geen eensgezindheid kon worden bereikt over de status van Noord-Transsylvanië. Bij het binnenvallen van de Sovjettroepen in 1944 vluchtten zijn vrouw Aranka en dochter Katalin naar Boedapest, terwijl hijzelf op kasteel Bánffy in Zevenburgen bleef, dat echter opnieuw door Roemenië was ingelijfd. Daar werd hij onteigend, en kon pas in 1949 naar Hongarije emigreren. In 1950 overleed hij verarmd in Boedapest.

Bron: Wikipedia

Share

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: