Anna Enquist

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945) is het pseudoniem van de Nederlandse schrijfster en dichteres Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel Soldatenliederen. Met haar eerste roman Het Meesterstuk (1994) vestigde ze meteen haar naam als schrijfster.

Veel romans en bundels van Anna Enquist zijn ook uitgebracht als E-boek, grootletterboek of Luisterboek (voorgelezen door Enquist zelf) of Daisy-luisterboek, en daarnaast in diverse talen vertaald.

Christa Broer groeide op in Delft en studeerde na het gymnasium-A klinische psychologie in Leiden; vervolgens studeerde ze piano aan het Koninklijk Conservatorium (Den Haag), met bijvak cello. Daarna doceerde ze psychologie in Amsterdam en begon begin jaren 80 aan een gespecialiseerde opleiding psychoanalyse. In 1987 begon ze haar werk als psychoanalytica en stopte ze met haar muzikale carrière. Tegelijkertijd begon ze gedichten te schrijven. Het tijdschrift ‘Maatstaf’ publiceerde in 1988 haar eerste gedichten. In 1991 kwam haar eerste dichtbundel uit: Soldatenliederen. Haar eerste roman “Het meesterstuk” werd gepubliceerd in 1994, en is geschreven op het stramien van de opera Don Giovanni van Mozart. Het boek kwam in de boeken-toptien en werd bekroond met de Debutantenprijs.

Beide ambities uit haar leven, muziek en de psychoanalyse, zijn terug te vinden in haar literaire werk. Zo is een van de twee hoofdpersonen in de roman Het Geheim een pianiste.

Ongeveer tien jaar na haar debuut als schrijfster kreeg Enquist veel bekendheid door haar bespiegelingen rond voetbal, die gepubliceerd werden in Hard gras.

In februari 2014 werd bekend gemaakt dat zij voor twee jaar de stadsdichter van Amsterdam werd. Zij schreef als zodanig onder meer drie teksten voor zitbankjes geplaatst boven de Noord/Zuidlijn, zoals aan de Ferdinand Bolstraat.

Bron: Wikipedia, lees meer
DBNL over Anna Enquist
KB over Anna Enquist

De stad herboren – Anna Enquist

Liggend ontwerpt hij het stadsdak, prent
het patroon van bladloze takken tegen fel
blauw in zijn brein, dat bloemkooltje, leeg

nog en klein. Waakzaam ontvangt hij licht
en lawaai, zonder oordeel. Honden, motoren,
een boor. Ik duw zijn wagen en merk hoe hij

schift, niet meer schrikt, scheidt wat hem boeit
en wat niet. Hij verovert de woorden, hij groeit
en zit voor op mijn fiets. Hij vult zijn stad in

met herrie en troep, wil stil bij de vuilnis,
de veegwagen, roept de lantaarns aan,
verstomt bij de rijzende brug, wacht verheugd.

In anderhalf jaar ben ik om, heb ik hekel
en haat laten gaan, is er dankzij zijn geestdrift
een heldere lusthof ontstaan. In het park

gaan wij liggen op doodmoe gras, in de verte
murmelt de stad. We kijken tevreden omhoog,
hij en ik, door de takken van de plataan.

Over Anna Enquist

Fantoom – Anna Enquist

Het is een woord voor pijn die geen
bestaansrecht heeft; je lijdt aan
een afwezigheid, je snakt met hart
en huid naar wat er eerst nog was.

Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk
op, je strekt je armen blind naar
de verzaagde voet, een leegte,
het verdwenen kind. Het is een naam

voor wat zich voordoet in de zestien
meter van de ziel: een spookbeeld snelt
de doelmond in en doet alle verlies
teniet, maakt alles goed.

Bron en analyse: Meander

Over Anna Enquist

Mijn zoon – Anna Enquist

Mijn zoon stormt door het huis,
een roffel op de trap. Hij is
zichzelf een motor. Het lied
dat in hem leeft ontsnapt hem
soms. Ik hoor hem zingen
op de gang en zwijg.

’s Nachts is hij bang, hij twijfelt
aan zichzelf, aan ons, de wereld.
Ik neem hem in mijn arm
en zonder spreken vaag ik
de oorlog weg en kinderkanker,
mijn eigen dood, het monster van de tijd.

Ik lieg hem voor en red hem
tot wij beiden slapen in gestolen veiligheid.

Over Anna Enquist

Spring naar toolbar