Ze staat recht op mijn oogleden
En haar haar ligt door het mijne,
Ze heeft de vorm van mijn handen,
Ze heeft de kleur van mijn ogen,
Ze verdwijnt in mijn schaduw
Als een steen tegen de lucht.
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
Ze staat recht op mijn oogleden
En haar haar ligt door het mijne,
Ze heeft de vorm van mijn handen,
Ze heeft de kleur van mijn ogen,
Ze verdwijnt in mijn schaduw
Als een steen tegen de lucht.