Dof violet is ’t west en paarsig grijs.
Nog wandel ‘k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over ’t hol rinkelend ijs:
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
Dof violet is ’t west en paarsig grijs.
Nog wandel ‘k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over ’t hol rinkelend ijs: