Ik ben de kleine dochter van Jaïrus
Ik lig hier op een veel te grote baar.
De dood zit in mijn ogen en mijn haar,
dat, nu de krul eruit is, zonder zwier is.
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
Ik ben de kleine dochter van Jaïrus
Ik lig hier op een veel te grote baar.
De dood zit in mijn ogen en mijn haar,
dat, nu de krul eruit is, zonder zwier is.