Ik zat met moeder aan de haard, zij breide
en ik deed niets dan cigaretten roken.
Ze zei: jongen, je moet niet zoveel roken;
Je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
Ik zat met moeder aan de haard, zij breide
en ik deed niets dan cigaretten roken.
Ze zei: jongen, je moet niet zoveel roken;
Je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.