Trixi – Conrad Kobbe

Trixi Boek omslag Trixi
Conny Coll
Conrad Kobbe
Western
Kerco
1972
Paperback
159


Western met enige diepgang

Ter inleiding: toen ik ongeveer 13 jaar was las ik het eerste boek uit de reeks omtrent Conny Coll van Conrad Kobbe. Ik was destijds gefascineerd door deze boeken en heb er veel van deze serie, bestaande uit 82 delen, gelezen. Onlangs kwam ik het eerste deel, Trixi, in een kringloopwinkel tegen en heb hem gekocht. Ik was er reuze benieuwd naar of ik de fascinatie van destijds nog in enige mate weer kon voelen.

Het speelt aan het eind van de 19e eeuw. Conny Coll is de zoon van een kleine boer in het wilde westen. Het is een harde en gevaarlijke wereld en Conny moet al op jonge leeftijd aan het werk op de boerderij, samen met zijn oudere broer en vader en moeder. Conny is een rustige en teruggetrokken jongeman die niets voelt voor een leven als boer. Hij rijdt liever paard en oefent liever met een oud pistool, destijds heel gewone hobby’s voor jongemannen.
Dit is zeer tegen de zin van zijn vader die hem liever aan het werk ziet. Na de zoveelste ruzie barst de bom en de dertienjarige Conny neemt de benen.

Drie jaar later. In een stoffig dorpje komt een jongeman een winkel binnen. Deze lokt een weddenschap uit. Als hij een onmogelijk doel weet te raken zal hij worden beloond met twee nieuwe revolvers. En het lukt. Het blijkt om Conny Coll te gaan, de jongeman die zich drie jaar lang nauwelijks aan de buitenwereld heeft getoond, maar wel een reputatie als coltschutter heeft opgebouwd. Bijnaam: Trixi, omdat hij zo verduiveld snel en zuiver schiet dat het wel een truc lijkt.

En dan gaat het snel. De overheid wil de strijd tegen de criminaliteit aangaan en een elite-eenheid oprichten, de G-men. Trixi wordt het eerste lid van een select groepje schier onverslaanbare mannen dat al snel de stuipen op het lijf jaagt van bandieten.

Conrad Kobbe heeft een zeer ouderwetse, archaïsche en plechtstatige stijl, zelfs als je in aanmerking neemt dat dit deel stamt uit 1952. Maar het pakt wel. Met sterke scènes, onderkoelde humor, prachtige natuurbeschrijvingen geeft Kobbe een goed beeld van de  harde en ruige wereld van toen.

De hoofdpersoon is een jonge alleskunner, ogenschijnlijk een  dromer die alles met het grootste gemak lijkt af te gaan. Hij paart dat aan enkele bijzondere eigenschappen: serene rust, doch altijd waakzaam, laconiek doch scherp als het nodig is, een onderkoelde vorm van humor die de stoerheid goed verteerbaar maakt, een groot gevoel voor rechtvaardigheid, trouw en met een grote liefde voor de natuur, vooral dieren.

Maar het is meer dan een simpele western. In zekere zin is het ook een vorm van coming of age. Trixi staat al op jonge leeftijd op eigen benen, hij weet wat hij wil en handelt daarnaar, ongeacht wat zijn omgeving ervan vindt.

De slogan in de jaren zeventig, toen de pockets in Nederland op de markt kwamen was: als je er één gelezen hebt wil je ze allemaal lezen. Toen klopte dat. En eerlijk gezegd klopt dat nog steeds. De fascinatie die dit eerste deel, Trixi, bij mij opriep kan ik nu nog steeds begrijpen, Of ik alle delen wil (her)lezen weet ik nog niet, maar het tweede deel heb ik inmiddels wel weer gehad en in het derde ben ik nu bezig. Het zijn gelukkig wel dunne boekjes, die je makkelijk even tussendoor leest.

 

 

Geef een reactie