Juffrouw Nifterink – Simon Carmiggelt

Vannacht is juffrouw Nifterink gestorven.
Het was ‘t hart. Haar hond zit voor de ramen.
Het stomme dier — ze waren altijd samen…
Hij heeft haar hele eenzaamheid georven.

Want vijftig lange jaren leefde zij alleen
Maar dapper, weet u. Klagen deed ze niet.
Ze was veel te blijmoedig voor verdriet.
En eer ze eraan toe kwam, ging zij heen.

Ze werkte heel haar leven bij de post,
waar ze – blijmoedig – iets sorteren moest.
In de vakanties ging zij altijd maar naar Soest,
in zo’n pension, waar het zo weinig kost.

Zij hield van boeken met ‘n vleugje romantiek.
Haar strijd heette de Anti Vivisectie Bond.
Bij al die wreedheid dacht ze aan de hond.
En voor de hond was zij blijmoedig fanatiek.

Met ons Oranjehuis leefde zij innig mee.
Zij liet de radio maar zelden onbeluisterd.
O, menig hoorspel heeft haar blik verduisterd.
Dan viel er soms een traantje in haar thee.

O juffrouw Nifterink, wat was uw leven goed.
Wat was het Omo-wit en stil en onbeduidend.
U zong uw liedje zacht, maar ‘t klonk welluidend.
De hemel weet wel, hoe het verder met u moet.

Wat fascinerend, dat u nu een engel bent.
En dat u zweven kunt. U was zo corpulent.

 

Share

Geef een reactie