De kleine Johannes

Het was weer donderdag. Een lange schooldag met Nederlandse literatuur als laatste les in het examenjaar. Leraar was van het type tweedjasje, corduroy broek en spekzolen. Hij gaf ons veel vrijheid maar door zijn manier van lesgeven liep het tijdens de lessen nooit uit de hand. Weleens wat gemor en stemverheffing maar verder heerste er meestal een prima sfeer.

Op donderdag was hij helemaal in zijn element. Elke week besprak hij een boek uit de Nederlandstalige literatuur in de hoop ons enthousiast te maken. En natuurlijk ook omdat de leeslijst moest worden gevuld. Dat enthousiasmeren lukte de ene keer beter dan de andere. Het leek wel of hij elk besproken boek heel bijzonder vond. Soms kwam dat door het verhaal, dan weer de thematiek, de stijl, de symboliek, noem maar op.
Het werkte niet altijd goed. Van een boek dat wij saai of oninteressant vonden begrepen wij zijn de prijzende woorden niet zo goed. Dat vond hij prima, hij respecteerde onze mening.

Dat liep anders toen De kleine Johannes aan bod kwam. Mijn buurjongen in de klas, Hans, had het gelezen en vond het nodig zijn mening met mij te delen.

“Wat een saai rotboek”, fluisterde hij. “Het enige wat mij boeide was dat de hoofdpersoon en ik dezelfde voornaam hebben”.
“Nog een kwartiertje, dan zijn we hier ook weer vanaf”, antwoordde ik. Het kon mij ook niet boeien.
“Wedden dat we sneller klaar zijn?”, aldus Hans.

Na een paar minuten stond hij op en liep naar de deur. Verstoord keek de leraar op.
“Wat gaan we doen?”, vroeg hij.
“We?”, vroeg Hans. “Wat ik ga doen kan ik uitstekend zonder uw hulp”.
“En dat is?”
“Mijn kleine Johannes een hand geven”.

Hans kreeg gelijk. De les was voortijdig klaar.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar