Watt – Samuel Beckett

Watt Boek omslag Watt
Samuel Beckett
Roman
IJzer
1963 (oorspronkelijk 1953)
Hardcover
250
Onno Kosters


Watt vertelt het verhaal van Watt: een verwarde, in zichzelf gekeerde man die na een korte treinreis als huisknecht in dienst treedt bij de mysterieuze meneer Knott. Na aanvankelijk voor het reilen en zeilen op de begane grond verantwoordelijk te zijn, promoveert hij later naar de eerste verdieping. Na een tijd verlaat Watt weer het huis van meneer Knott. Hij neemt opnieuw de trein - maar nu is zijn bestemming het gekkenhuis, waar zjjn verhaal wordt opgetekend door een zekere Sam.
Samuel Beckett schreef met Watt een grappig en ontroerend werk, een roman en filosofische overpeinzing in , waarin tot in het absurde doorgevoerde logica gepaard gaat met bizarre monologen en dialogen, en ongerijmde gedachtenexercities.


Geniale gekte

Samuel Beckett. Vooral bekend van het toneelstuk Wachten op Godot. Hij heeft veel toneelstukken geschreven en ook een aantal romans. In 1969 won hij de Nobelprijs voor literatuur. Watt verscheen in 1953. Aan het begin van de tweede wereldoorlog woonde hij in Parijs. Hij schreef dit werk toen hij ondergedoken zat in een afgelegen gebied in Frankrijk waar hij relatief ongestoord kon (over)leven.

Het verhaal
Watt is de naam van de hoofdpersoon. Het boek beschrijft aan het begin een nogal merkwaardige ontmoeting van mensen die in het vervolg nauwelijks een rol spelen. Het verhaal van Watt begint na zo’n twintig pagina’s als hij op het station arriveert en schakelt dan naar hem over. Hij gaat op reis.

“Watt raapte zijn tassen op en stapte in de trein. Hij koos geen coupé. Deze bleek leeg te zijn”

Met enige moeite bereikt hij zijn bestemming, het landgoed van de heer Knott waar hij aan de slag zal gaan als huisbediende. Hij is enthousiast vlak voordat hij aankomt bij zijn werkgever:

“Voor het eerst, sinds hij zijn moeder vol angst en walging van haar melk verloste, worden hem vastomlijnde taken met onomstotelijk nut opgelegd”

Zijn entree is typerend. Hij belt aan. Er wordt niet opengedaan. Watt loopt naar de achterkant, ook gesloten. Dit gaat een paar keer zo door en dan is hij ineens binnen. Hoe? Hij weet het zelf niet meer. Hij wordt ontvangen door zijn voorganger als huisbediende, Arsène. Deze doet hem in een bijna gekmakende monoloog van tientallen pagina’s uit de doeken wat Watt kan verwachten en wat van hem wordt verlangd.

In de volgende hoofdstukken volgen wij de weinig spannende belevenissen van Watt. Hij staat op, gaat de trap af naar zijn werkplek, doet zijn ding en aan het einde van de dag gaat hij de trap weer op. Zijn werkgever ziet hij zelden. Deze volslagen idioot die altijd hetzelfde eet en er nogal wat bizarre gewoontes op nahoudt leeft vooral teruggetrokken.
Het zijn dan ook niet de gebeurtenissen die van Watt zo’n bijzonder boek maken. Het zijn de gedachtenkronkels en hersenspinsels die je als lezer kunt meebeleven alsof je in het hoofd vertoeft van een tragische figuur die langzaam maar zeker wegglijdt naar een staat van complete gekte. Aanvankelijk denk je dat het nog wel meevalt. Goed, hij is vreemd, maar debiteert af en toe ook wel wat zinnigs: 

“Zij die spreken spreken liever ten nadele van dan ten voordele van, misschien omdat bij instemming men de stem wellicht moeilijk net zozeer kan verheffen als bij ontstemming”

En toch wordt duidelijk dat het met zijn geestelijke gesteldheid maar één kant op gaat, met als laatste bestemming een verblijf in een inrichting met andere tragische figuren.

Stijl en compositie
Watt is in alle opzichten bijzonder. Dialogen zijn veelal absurd. De gedachten van Watt zijn om gek van te worden en tegelijk bijzonder fascinerend; zoals een aaneenschakeling van het beschrijven van repeterende bewegingen van de heer Knott, een reconstructie van een “conversatie” tussen drie kikkers als Watt in een sloot is beland, ellenlange beschouwingen over wat er gebeurt met de etensresten van de eenzijdige maaltijd van de heer Knott, het gaat maar door in een hypnotiserend ritme en met een overdaad aan herhalingen.

Beckett is in staat om volkomen nietszeggende gebeurtenissen uitputtend te beschrijven en te analyseren. Maar juist daardoor krijgt het ook betekenis. Het leven in het huis van Knott is leeg en inhoudsloos, het heeft een afstompend ritme in een besloten wereld met uiteindelijk de keuze tussen gek worden (zoals Watt) of vertrekken (zoals diens voorganger).

Watt kent vijf hoofdstukken die elk een fase beschrijven in het leven van de hoofdpersoon. Een groot deel van het boek denk je dat er een verteller aan het woord is, maar opeens, en behoorlijk onopvallend, blijkt dat het is opgetekend door een medebewoner tijdens het verblijf in de inrichting die kortstondig vanuit zichzelf vertelt. Hij beschrijft daarin over zijn ontmoetingen en wandelingen met Watt, met minstens één briljante en bijzonder komische  passage.
Daarin geeft hij weer hoe Watt afglijdt en niet meer uit zijn woorden kan komen. Het begint met verkeerde zinsbouw:

“Kwalijk mij niet neem”

 Hij vervolgt met door in verschillende fasen te beschrijven hoe Watt er vervolgens niet meer in slaagt om woorden goed uit te spreken om te eindigen met het uitkramen van wartaal. Zielig en navrant natuurlijk, tegelijk ook bijzonder hilarisch; het is niet anders.

Wat verder opvalt: het gebruik van vraagtekens. Zomaar, als een gedicht of een liedtekst wordt aangehaald, of de naam van een onbetekenend personage, plaatst Beckett soms  een vraagteken. De lezer mag het zelf uitzoeken.
En aan het einde zijn er verschillende pagina’s met teksten die hij om hem moverende redenen niet in het boek heeft opgenomen. Om af te sluiten met:

 “No symbols were non intended”.

 Humor
Watt is natuurlijk een enorm triest verhaal. Toch is het onmogelijk om niet geregeld in lachen uit te barsten. Enkele voorbeelden. De manier waarop de niet aflatende vraatzucht van ene Mary wordt beschreven is een weergaloos staaltje vertelkunst. Het volkomen absurde hangt natuurlijk als een schaduw over het hele boek, maar de humor is soms ineens ook direct:

 “Mijn moeder overleed bij mijn geboorte, zei meneer MacStern. Dat kan ik me voorstellen, zei meneer De Baker”

 Maar ook de manier waarop een oudere vrouw wordt getypeerd: 

“Haar voorkomen was van een uiterste soberheid, en zij was zo’n vijfendertig jaar eerder met vlag en wimpel het nauw van de menopauze overgestoken”

 Hoe heb ik het gelezen
Ik begon eraan met de gedachte om een paar pagina’s te lezen toen ik een kwartiertje over had. De tweede sessie duurde net zo kort. Het schoot voor geen meter op en ik kwam niet in het verhaal.
Dat moest anders. Ik begon opnieuw en nam mij voor om het eerste hoofdstuk van circa zestig  pagina’s aaneengesloten te lezen en dan te besluiten of ik verder zou gaan of niet. Dat bleek de juiste aanpak.

Watt kon ik niet gefragmenteerd lezen. Ik had tijd nodig om in het ritme te komen, de heel bijzondere vertelstijl van Beckett te kunnen ondervinden en waarderen. Toen ik eenmaal in dat ritme zat kon ik het niet meer loslaten, het is hypnotiserend, verslavend, alsof er een stofje in je hersenen vrijkomt dat je ertoe dwingt door te gaan en al het andere te laten voor wat het is.

Conclusie
Het lezen van Watt is niet vergelijkbaar met het lezen van een “normaal” boek. Je moet je eraan overgeven, er voor gaan zitten, de tijd nemen en het ondergaan. Watt is geen gewoon verhaal, het is een unieke belevenis die je nooit meer zult vergeten.

Voor de liefhebbers: een link naar Engelstalige quotes

2 gedachten over “Watt – Samuel Beckett

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar