‘Wat doodalleen zijn wij,’ denk ik, ‘wat giert de
Bulderbast om ’t graf. ’t Is àl verloren werk…
Te zien hoe ijdel hier zijn hulsel rentenierde…
Het is mij droef te moe. Des ochtends, in de kerk,
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
‘Wat doodalleen zijn wij,’ denk ik, ‘wat giert de
Bulderbast om ’t graf. ’t Is àl verloren werk…
Te zien hoe ijdel hier zijn hulsel rentenierde…
Het is mij droef te moe. Des ochtends, in de kerk,