De storm loeit door de holle bouwval — gierend
Beukt hij en brokt, met vuisten reuzesterk…
En golft door ’t riet in ’t water, dat hij, tierend,
Opzwalpt en neerklotst met zijn stalen vlerk;
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
De storm loeit door de holle bouwval — gierend
Beukt hij en brokt, met vuisten reuzesterk…
En golft door ’t riet in ’t water, dat hij, tierend,
Opzwalpt en neerklotst met zijn stalen vlerk;