Zeik – Herman Brusselmans

Zeik Boek omslag Zeik
Herman Brusselmans
Thriller
Prometheus
30 september 2014
Paperback
192

 

De moordbrigade van Gent loste in het begin van de jaren zestig procentueel bezien de meeste moorden van heel West-Europa op, was de eerste brigade ter wereld die over een allochtoonse inspecteur beschikte, en de chef van de brigade – commissaris Übertrut – had maar één arm.
Samen met z’n team, bestaande uit de inspecteurs Zeik, El Bazaz, Compas en Broekgat, probeert hij de Gentse regio vrij te houden van vuige moordenaars. Zullen ze ook in hun opzet slagen als een onbekende misdadiger opduikt die meisjes wurgt en symbolisch bedoelde getallen aanbrengt op hun naakte rug? De tijd dringt, de stress wordt erger, de helse spanning is te snijden. Tot de absolute held van het verhaal, inspecteur Zeik, een gouden ingeving krijgt.


Zet ge voor de titel en het klopt

Na meerdere mislukte pogingen om een boek van Herman Brusselmans uit te lezen moest het er nu maar eens van komen. Bij een boek van nog geen tweehonderd pagina’s dat als thriller wordt geafficheerd moet dat nog wel op te brengen zijn. En ja hoor: het is gelukt. Maar het viel bepaald niet mee.

Zeik is de titel en dat is meteen ook de naam van de hoofdpersoon, Inspecteur Zeik. Samen met zijn collega’s waaronder een nieuweling, een vrouw die de baan via een kruiwagen heeft verkregen, vervelen ze zich te pletter. Er is geen misdaad om te onderzoeken en het gezelschap houdt zich vooral onledig met oeverloos geouwehoer over banale onderwerpen.

Aan de leegheid komt een eind als er een lijk is gevonden. Dit geldt helaas niet voor de leeghoofdigheid. Zeik gaat met zijn team een soort van onderzoek verrichten. Zelfs tijdens dat onderzoek kunnen de teamleden het niet laten om op allerlei ongepaste momenten hun flauwiteiten, kinderachtige toespelingen en vooroordelen te debiteren.
Na enige tijd wordt een tweede lijk gevonden. Dit brengt het zogenaamde onderzoek in een soort van versnelling. Uiteindelijk worden de zaken opgelost op basis van volkomen onzinnige aanwijzingen, passend bij de kwaliteit van dit schrijfsel.

De stijl van Brusselmans is gekend. Weinig tot geen diepgang, wel vooral veel flauwe en banale dialogen. Een enkele keer lukt het om een soort van glimlach op te wekken, maar meestal overheerst onverschilligheid, doch soms is er ook irritatie over de gesprekken die vooral gaan over sex, poep en pies en vergelijkbare flauwekul. Het is van een niveau waar een onderontwikkelde puber zich voor zou schamen.

Daarnaast kan Brusselmans het niet laten om via zijn personages kinderachtige plaagstootjes uit te delen aan auteurs als Harry Mulisch en Hugo Claus. Het zal wel grappig bedoeld zijn maar dat komt niet uit de verf. Het heeft een welhaast tegengesteld effect: na de zoveelste mislukte sneer zou je als serieus auteur verheugd moeten zijn als je door hem wordt afgekamd.

Hoe dan ook: het is me gelukt, maar een ding is heel zeker. Van een tweede poging om een boek van Brusselmans te lezen zal het niet komen.

Share

Geef een reactie