Het smelt – Lize Spit in De Morgen

Door dit boek glijd je als een mes door warme boter

In 2013 won de Kempense Lize Spit (27) de WriteNow!-wedstrijd. Sindsdien vochten alle grote uitgeverijen om haar te kunnen uitgeven. Met haar debuut ‘Het smelt’ overtreft ze de stoutste verwachtingen.

Een Kempens dorp omzoomd door weiden, een handvol boerderijen, een bos en een waterput die ’s zomers verkoeling biedt. Bovenmeer, waar Lize Spit haar debuutroman situeert, mag dan een fictief plaatsje zijn, het vertoont parallellen met Viersel, waar de schrijfster vandaan komt. De omgeving lijkt idyllisch, maar zo open en fris als de horizonten en de hemels er zijn, zo besloten en benauwend is het leven van de familie die de spil van Het smelt vormt.

Als de roman begint, op een gure decemberochtend in 2015, bevinden we ons nog in Brussel, waar de protagonist, Eva de Wolf, al jaren woont. Ze werkt in het onderwijs en is net als Spit 27. Eva is onderweg naar Bovenmeer, het dorp van haar kinderjaren. In de koffer van haar auto vervoert ze een reusachtige ijsklomp en op de passagierszetel ligt een foto van een dorpsjongen die in 2001 is gestorven. Al negen jaar is Eva niet meer in Bovenmeer gekomen, terwijl haar ouders er nog altijd wonen. Waarom is ze zo lang weggebleven, waarom keert ze nu terug en wat voert ze in haar schild?

Hoed van mayonaise
Wie de beklemmende plattelandsromans Boven is het stil van Gerbrand Bakker of Birk van Jaap Robben graag heeft gelezen, zal smullen van dit boek. Het smelt is een turf van 480 bladzijden, maar je glijdt erdoorheen als een warm mes door boter.

Spit schrijft in een vlotte, erg fraaie taal, en bouwt het verhaal uitstekend op. De roman is onderverdeeld in korte hoofdstukken die inzoomen op drie sleutelmomenten in Eva’s leven: december 2001, de zomer van 2002 en haar terugkeer naar Bovenmeer in december 2015. Net zo groot als de ijsklomp in Eva’s kofferbak blijkt de last van het verleden die ze met zich meetornt. Terwijl de decemberdag in Bovenmeer zich langzaam ontvouwt, gaat het licht schijnen op haar familiale achtergrond en op de gebeurtenissen die haar ontwrichtten.

Dat er bij het gezin De Wolf iets schortte, was in het dorp een publiek geheim, maar hoe zwaar de situatie voor Eva, haar grote broer Jolan en jongere zus Tesje was, besefte niemand. Woorden plakken op wat er met hun ouders scheelde – alcoholverslaving, depressie, zelfmoordneigingen – konden de kinderen niet, maar dat maakte het alleen maar pijnlijker.

Altijd was er de hoop dat het misschien wél goed zou aflopen, bijvoorbeeld toen moeder zich opkleedde om naar de verenigingenquiz te gaan, maar aan de quiztafel Westmalle Tripels liet aanrukken tot ze voor het voltallige publiek tegen de muur braakte en per kruiwagen naar huis moest worden gerold, met in haar schoot een kleurentelevisie, de hoofdprijs van de tombola.

Of die keer toen moeder besloot Tesjes luizen te bestrijden door haar te laten slapen met een hoed van mayonaise. Eva, die de kamer met haar zus deelde, werd wakker van de misselijkheid: ‘De saus was door de warmte overnacht geschift, olie glom op Tesjes slapen, haar haren vormden dikke strengen. Het zat inmiddels overal, in haar oorschelpen, op mijn hoofdkussen. Haar hals zat vol striemen.’ Het hielp niet: Tesjes blonde lokken moesten eraf en op haar schedel bleef het krioelen van de beestjes.

Musketiers
Subtiel schetst Spit hoe de absurde toestanden de drie kinderen markeerden. De scènes met Tesje zijn tragisch. Om het met een beeld van Spit zelf te stellen: bij het lezen voel je ‘een brok door je strottenhoofd klauteren, traag maar zeker, met scherpe klimijzers’.

Eva’s vluchtweg waren Pim en Laurens, de enige dorpskinderen die ook in 1988 waren geboren. Pim kwam uit een boerenfamilie, Laurens was de zoon van de slager. Omdat ze maar met drie waren, zaten ze in een ‘bijzetklasje’. Met de meisjes had Eva geen affiniteiten; die wilden ‘een Spice Girl zijn’ en waren verliefd op de jongens van Get Ready! Pim, Laurens en zij lieten zich de drie musketiers noemen en waren onafscheidelijk.

Dat zij geen jongen was, speelde geen rol. Tot ze puber werden, Pims broer Jan in december 2001 onverwachts stierf, en Eva plots moest vechten voor haar plaats in het trio: ‘Ik ben geen vrouw, geen meisje, maar ik ben ook niet één van hen. Ik ben het draaimolenpaardje dat altijd schokkerig op en neer zal blijven steigeren, altijd op dezelfde paal, elk jaar opnieuw in dezelfde banen, op dezelfde kermis, voor dezelfde kinderen.’

Het is het trauma dat ze tijdens die zomer opliep dat haar in december 2015 naar Bovenmeer brengt. Haar terugkeer mondt uit in een even onverwachte als ontstellende apotheose, waarin het talent van Spit zich in volle glorie openbaart. De brok die zich tegen die tijd in je keel heeft genesteld, laat je niet vlug los.

Het smelt
Lize Spit, Das Mag Uitgeverij, €22,95.

Geplaatst in Paper 21 januari 2016
tekst: Annick Vandorpe/De Morgen

beeld: Keke Keukelaar

Geef een reactie