Wim Brands door Ariejan Korteweg

 ‘Wim was nooit helemaal op zijn gemak in het leven’

Maandag overleed Wim Brands (57), de beste vriend van journalist Ariejan Korteweg die vandaag een prachtige ode brengt aan de ‘ontsnappingskunstenaar’. ‘Wim was de allerlaatste die reden had om uit het leven te stappen, dacht ik.’

Wim Brands is mijn beste vriend. We begonnen in 1980 zo’n beetje tegelijk bij het Leidsch Dagblad, een mooie leerschool voor jonge journalisten. Hij op de stadsredactie, ik op de redactie duin- en bollenstreek.

Wim kwam er binnen als ongetemde journalist. Hij wist veel, toen al. Had al gedichten gepubliceerd. Met nieuws had hij niks, en hij had vreemde gewoonten: voor het eerst ontmoette ik een leeftijdgenoot die middagslaapjes deed. In het hok in de Professorenwijk waar hij woonde, ben ik één keer geweest. Veel liever kwam hij bij mij. Dan pakte hij koffie, zei weinig, las de kranten, greep de telefoon en ging wat bellen. Daarna vertrok hij weer.

Wim was een ontsnappingskunstenaar. Hij kwam van ver, uit een huis in de Achterhoek waar niet gelezen werd. Een koekoeksjong, heb ik altijd gedacht. Sinds maandag weet ik beter. Brummen was er de hele tijd, het heeft hem teruggehaald.

Aan mij ontsnapte hij ook vaak. Dan waren we in het café en zei Wim dat hij naar de wc ging. Daarna zag ik hem niet meer terug. Het is me tientallen keren overkomen. Zo was Wim, dat kreeg je er bij en nam je voor lief, omdat het met hem altijd bijzonder was.

We schreven graag over kunst allebei, ik over muziek en dans, hij over boeken. In België, daar gebeurde het. We bedachten de serie Vlaanderen Boven, zeven Vlaamse kunstenaars die we zouden interviewen: Leidsch Dagblad de grens over. Naar Marc Vanrunxt en Johan Anthierens, en in Brussel zochten we Jean-Marie Aerts op, de gitarist van TC Matic. Om de kosten te drukken, deelden we een hotelkamer. Midden in de nacht werd ik wakker. Wim zat in bed met de hoteltelefoon in de hand. Hij belde met de receptie, vroeg: “How late is it?” Dat ik hem hoorde, vergrootte zijn verwarring. Hij hing op met het woord ‘bedenkt’.

‘How late is it’ en ‘bedenkt’ werden gevleugelde woorden voor ons. Toen ik gisterochtend zijn bundels pakte, zag ik wat hij als opdracht had geschreven in De schoenen van de buurman: ‘Bedenkt, Wim.’

Altijd spanning op de lijn, altijd kapers op de kust

Op Wim stond geen maat. Er zat niks tussen woede en bewondering, tussen tomeloos drinken en geen druppel, tussen niks doen en naar de sportschool gaan tot hij een 50Plus sixpack had. En daar dan eindeloos over praten en zich op de buik slaan: “Moet er allemaal af.” Om aan die mateloosheid te ontsnappen, bezwoer Wim de dingen: zeggen dat hij morgen zou stoppen met roken, dat alles goed kwam, dat dit het laatste was wat hij er over zei. Ontspannen was zijn talent niet. We hebben veel gelachen, maar Wim was nooit helemaal op z’n gemak in het leven. Altijd spanning op de lijn, altijd kapers op de kust.

We waren naar Poetry International, Wim zou er voorlezen. Op een trap zat Martin Bril, omringd door bewonderaars. Martin riep me, op z’n Brils: “Korteweg, gebeurt er nog wat?” Wim vond dat niks: gedoe op de apenrots.

Toen ik voor zes jaar naar Parijs vertrok, was Wim een radioman, geliefd bij intimi van De Avonden en liefhebbers van zijn bundels. Bij terugkomst was alles anders. Nu was hij het die omringd werd. Wim was een publiek persoon geworden. “Hé Boekenbrands” hoorde ik als ik met hem op straat liep. Guus Hiddink riep het in het voorbijgaan: “Wim Brands, ik geniet van je programma.”

Een fantastische vrouw, fantastische kinderen, gids voor heel veel lezers – alles was goed, de ontsnapping voltooid, de strijd gewonnen.

Toch was er een aan wie hij niet ontsnappen kon: de demon in zijn hoofd. Die moet er de hele tijd geweest zijn. Soms zag je hem, als de dwangmatigheid de overhand nam, als leidingen moesten beklopt, de wifi niet vertrouwd werd. Maar Wim was hem altijd de baas, met intelligentie, energie, wilskracht, discipline. En vaak genoeg hielp hij Wim: je herkent hem in zijn gedichten, in schrijvers en denkers die hem fascineerden.

Wim was de allerlaatste die reden had om uit het leven te stappen, dacht ik. Ik wist niet dat al die mooie eigenschappen niet genoeg zouden zijn. Dat daarachter iets schuilging wat nog krachtiger was. En toen iets van die kracht zichtbaar werd, was het te laat. Wim was onbereikbaar.

Nu heeft hij de wereld stilgezet, voorgoed. Wim, laat het niet waar zijn.

 

Share

Geef een reactie