Op een mooie pinksterdag – Annie M.G. Schmidt

Op een mooie Pinksterdag,
als het even kon
liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie te
kuieren in de zon,
gingen madeliefjes plukken,
eendjes voeren,
eindeloos.
‘Kijk nou toch, je jurk wordt nat,
je handjes vuil,
en pappa boos.’

Vader was een mooie held.
Vader was de baas.
Vader was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer en  Sinterklaas.
‘Ben je bang voor ’t hondje?
Hondje bijt niet.
Pappa zegt dat hij niet bijt.’
Op een mooie Pinksterdag
met de kleine meid.

Als het kindje groter wordt,
rosie in de knop,
zou je tegen alle grote jongens willen zeggen: ‘Handen thuis
en lazer op.’
‘Hebbu dat nou ook meneer?’
‘Jawel meneer,
precies als iedereen.
Op een mooie Pinksterdag
laat ze je alleen.’

Morgen kan ze zwanger zijn.
‘t Kan ook nog vandaag.
‘t Kan van de behanger zijn
of van een Franse zanger zijn
of iemand uit Den Haag.
Vader kan gaan smeken
en gaan preken tot hij purper ziet.
Vader zegt: ‘Pas op m’n kind,
dat hondje bijt.’
Ze luistert niet.
Vader is een hypocriet.
Vader is een lul.
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is
flauwe kul.
Ik wou dat ik nog één keer
met mijn dochter
aan het handje lopen kon.
Op een mooie Pinksterdag
samen in de zon.

Geef een reactie