Zenuwsoep – Daan Zonderland

Ik werkte naarstig bij ’t fornuis
En kookte consommé
Daar had ik knikkers in gedaan
En zeven lepels thee.   

Daar dreven stukjes lever in
En een bouquet garni,
Een veter en een vijgeblad
En schijfjes zoute knie.
Ik deed er zinkzalf in en was
En zeewier en azijn,
Twee lepels lijm, drie staafjes lak,
Vier maatjes terpentijn,
Een handvol hooi, een half ons klei
En drie pond zoute vis,
Twee rollen bloemetjesbehang,
Een halve fles vernis.
Ik roerde er een briefkaart door,
Een fietsbel en een bril,
Het staartstuk van een zondebok
En een kininepil.
Maar toen ik Mientje proeven liet,
En naar haar oordeel vroeg,
Riep zij: ‘Jij aap! Je leert het nooit.
Het is niet zout genoeg.͛’

Geef een reactie