Augustusavond – Jan van Nijlen

Nu valt de wind, nu gaan de wolken rusten
en de avondlucht is blauwer dan de dag,
alles bereidt zich tot den onbewusten
staat die geneest van alle leed en lach

Wij naderen de lang begeerde kusten
die onze droom jaren en jaren zag:
straks is weer ’t hart gevangen in het rag
der verre jeugd en weegt het zwaar van lusten

Slapen, vergeten en dan weer ontwaken,
met elken dageraad opnieuw verzaken,
genieten van een enkel ogenblik,

en weten dat wij nooit iets zullen weten,
dat alles nutloos is: gejuich en kreten,
tot aan het einde, tot aan den laatsten snik

Share

Geef een reactie