Land – Remco Campert

In de herfst
rijpen de appels
aan hun sappige tak.

De meisjes met manden,
lomp, lief en lelijk,
rapen de appels.

De lucht is nog blauw
als op witte kalenders
(hoog boven de berg
vaart vredig het vliegtuig).
Hooi broeit en zweet
in de buik van de meisjes.

’s Nachts sluipt
door grootmoeders velden
de boze wolf van de kou

Share

Geef een reactie