Rooswijk 1740 – Martijn Manders en Laura van der Haar

Rooswijk 1740
Martijn Manders, Laura van der Haar
Non-fictie
Balans
2021
Paperback
335
9789463821209

 

Levendig mengsel van wetenschap, geschiedenis en fictie

Maritiem archeoloog Martijn Manders en Laura van der Haar,  archeoloog en schrijver, doen in Rooswijk 1740 verslag van de berging van de resten van de Rooswijk, een VOC schip dat in 1740 is vergaan. Zij gaan ook kort in op de geschiedenis en achtergrond van de VOC. Als extraatje zijn er gefictionaliseerde verhalen aan toegevoegd over enkele opvarenden van wie de namen zijn achterhaald. Dat zijn er inmiddels 24. Verschillende mensen zijn in de archieven gedoken om namen van opvarenden te achterhalen, een zoektocht die nog steeds gaande is.
Het risico van een gortdroog verslag ligt op de loer, maar de auteurs hebben dat vakkundig weten te mijden. Het resultaat is meeslepend en levendig!

De tweede reis duurde een dag

De Rooswijk is in 1737 gebouwd op de werf van de VOC in Amsterdam. De eerste reis verliep niet voorspoedig. De tweede reis duurde slechts een dag. Na vertrek vanaf Texel op 8 januari 1740 onder erbarmelijke omstandigheden, er stond een zware storm en het was bitter koud, liep het vast op de beruchte Goodwin Sands. Dat gebied staat bekend als de “ship swallower”.  Men schat dat er meer dan 2.000 schepen zijn vergaan.
De Rooswijk had geen schijn van kans in de storm. In een mum van tijd werd het schip kapot gebeukt. De resten liggen verspreid over een afstand van zo’n 250 meter. Geen van de 237 bemanningsleden heeft het overleefd. Het wrak is in 2004 toevallig ontdekt. Een paar jaar geleden is een internationaal team aan het werk gegaan om zo veel mogelijk te bergen zolang dat nog mogelijk is.

Redden wat er te redden valt

Afwisselend gaat het in Rooswijk 1740 over het team dat duikt naar de restanten en over de opvarenden. Het duiken is een zware klus. De resten liggen op een diepte van circa  zesentwintig meter. De druk is op die diepte enorm, vier keer van wat voor mensen normaal is. Het effect op het gestel mag niet worden onderschat. De “martiniregel” houdt in dat grofweg elke tien meter diepte gelijk staat aan de werking van een glas martini op de nuchtere maag. In nuchtere toestand je werk doen is hierdoor uitgesloten.

Het verblijf op diepte mag ook niet te lang duren. Af en toe is het spannend als er resten zijn aangetroffen, men deze wil bergen en dat uitloopt op een race tegen de klok.
Zijn de resten eenmaal boven water dan vereist dat een speciale behandeling. Het zout is diep doorgedrongen en er is alle kans dat het geborgene verpulvert als men het niet goed behandelt.

Valt er nog veel te halen? Ja, behoorlijk wat. Zilver was in die tijd in het oosten veel meer waard dan hier en de bemanning, inclusief de kapitein, had veel bij zich. De kapitein had voor een godsvermogen aan zilver ingeladen. De bemanning moest het stiekem doen en had zilverstukken op het lichaam en ook vastgenaaid aan de kleding. Velen hadden het ervoor over om zich enorm in de schulden te steken. De nabestaanden konden hiervoor opdraaien.

Fictieve verhalen over bemanning

Uit de archieven blijkt hoe de bemanning van zo’n schip kan zijn samengesteld. Maar over individuele opvarenden is weinig bekend. Met kennis van de omstandigheden van toen en enige creativiteit zijn sommige personages van wie de namen bekend zijn tot leven gewekt. Meestal waren het jonge mannen die weinig te kiezen hadden en blij waren als ze werden aangenomen. Het risico was enorm. Velen overleefden het niet, ook niet als de reis wel succesvol was, maar meestal hadden zij weinig te kiezen. En de beloning kon enorm zijn. Het meegesmokkelde zilver kon met een forse winst worden verkocht.

De auteurs weten de sfeer in Rooswijk 1740 heel goed te beschrijven. Het enige wat je erop zou kunnen aanmerken is dat er af en toe iets te geforceerd op zoek is gegaan naar “smeuïge” details. De scheepsarts die zich op voorhand verkneukelt over de ledematen die hij zal moeten afzetten is zo’n voorbeeld. Een ander is de beschrijving van de manier waarop men het achterwerk moet reinigen na gedane boodschappen: met een touw dat in het zeewater hangt. Dat is niet altijd even fris als men het ophaalt en gebruikt. Een beetje flauw, maar goed.

Het zijn kleine kritiekpunten bij een verder boeiend boek, onverwacht levendig en meeslepend gezien het onderwerp dat op voorhand niet erg aansprekend lijkt. Rooswijk 1740 is een aanrader voor iedereen die meer wil weten van hoe het er echt aan toeging in de VOC-tijd die door sommigen wordt geïdealiseerd! Zo rooskleurig was het allemaal niet.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: