Vreemd pizzicato van verre gitaren,
Hoorden we buiten reeds de vogels zingen –
De zon kwam door de kieren van de zware
Gordijnen in de stille kamer dringen.
Martinus Nijhoff
Mozart – Martinus Nijhoff
Het vroege zonlicht trilt in de cipressen,
Drijft als een blonde schaduw over ’t gras
En stroomt, huiv’rend in ‘t hoge vensterglas,
In ‘t blank boudoir der grijzende comtesse.
De kloosterling – Martinus Nijhoff
Als ik de groene luiken openzet,
Zie ik de bloemen om het raam heen trillen
Druipend van tintelende dauw, en kil en
Overzoet waait een geur door mijn gebed.
De soldaat die Jezus kruisigde – Martinus Nijhoff
Wij sloegen hem aan ‘t kruis. Zijn vingers grepen
Wild om de spijker toen ‘k de hamer hief –
Maar hij zei zacht mijn naam en: ‘Heb mij lief -‘
En ‘t groot geheim had ik voorgoed begrepen.
Liedje – Martinus Nijhoff
Er staat in mijn hart een boompje gegroeid,
De wortels zijn bloedig rood,
Maar de bloesems zijn, als het boompje bloeit,
Sneeuwwit langs de tengere loot.
VIII – Martinus Nijhoff
Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor de vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.
Martinus Nijhoff
Martinus Nijhoff (Den Haag, 20 april 1894 – aldaar, 26 januari 1953) was een Nederlandse dichter, toneelschrijver, vertaler en essayist.
Biografie
Nijhoff was de zoon van de uitgever Wouter Nijhoff en Johanna Alida Seijn. Zijn grootvader die ook Martinus Nijhoff heette, was de stichter van de Haagse uitgeverij Nijhoff en een van de oprichters van het liberale dagblad Het Vaderland. Hij bezocht vanaf zijn twaalfde het Gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort, waar hij bevriend raakte met Victor van Vriesland. Met hem las hij Franse en Engelse literatuur.
Nijhoff studeerde rechten in Amsterdam, later ook letteren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1914 en 1915 was hij redacteur van het studentenblad Propria Cures. Van 1926 tot na de Tweede Wereldoorlog maakte hij enkele malen deel uit van de redactie van De Gids. Ook werkte hij lange tijd als criticus bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant en korte tijd bij de familie-uitgeverij.
Het meisje – Martinus Nijhoff
Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,
De klokken luiden dat de dag begint.
De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,
Ruischend omhoog de hooge boomen steken.
De wolken – Martinus Nijhoff
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag
De jongen – Martinus Nijhoff
Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
Willoos het hoofd hangen op het kozijn –
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.