Zo handig in hun alledaagse praten
rusten zij aan zij, een rij van jonge huid
en zachte haren in die al te hete zon.
Boeken zijn onsterfelijke zonen, die hun verwekker uitdagen
Zo handig in hun alledaagse praten
rusten zij aan zij, een rij van jonge huid
en zachte haren in die al te hete zon.
Ja, zo vanaf mijn zestiende heb ik
rabiaat achter de meisjes aangezeten.
‘k Wist wel niet wat ‘k moest doen als ‘k er een ving,
maar ’t waren zulke fabelachtige wezens.