Ons feilbare denken, hoofdstuk 4 – Daniel Kahneman

Ons feilbare denkenDe associatieve machine
Ons feilbare denken is een belangwekkend werk van de psycholoog en Nobelprijswinnnaar Daniel Kahneman. Omdat het naar mijn mening toegevoegde waarde heeft om een werk als dit uitgebreider te behandelen dan romans zal ik per hoofdstuk een samenvatting maken. Dit kan nooit de gehele lading dekken, om het volledig te doorgronden is het noodzakelijk de tekst in zijn geheel tot je te nemen.

 

Wat vooraf ging
In eerdere hoofdstukken heeft Kahneman uitgelegd dat ons wakende brein twee manieren van denken gebruikt. Systeem 1 werkt min of meer automatisch en Systeem 2, vraagt gerichte aandacht en kost meer energie. Geconstateerd is dat het energieverbruik is af te meten aan een afname van het glucosegehalte. Wordt dat niet aangevuld dan neemt de discipline af en is men minder goed in staat rationele beslissingen te nemen.

De associatieve machine
Kahneman gaat dieper in op Systeem 1. Ongewild reageren mensen op beelden of woorden. Banaan associeert men met geel, braaksel met smerig. Dat gaat automatisch en is een gevolg van de samenhang die in het geheugen is opgeslagen. Elk element is gerelateerd aan andere elementen en deze ondersteunen en versterken elkaar. Dit uit zich naast emotionele ook in lichamelijke reacties.
De filosoof David Hume bracht in een werk uit 1748 die principes van associatie terug tot drie: overeenkomstigheid, samenhang van tijd en plaats, en causaliteit.

Dit verschijnsel noemt men priming. Het gaat ver. Uit testen is gebleken dat proefpersonen die werden geconfronteerd met begrippen die met ouderdom te maken hadden na die test langzamer liepen dan de andere proefpersonen die dat niet hadden meegemaakt.
Dit heet het Florida-effect en kent twee fasen: de woorden bereiden ons voor op de gedachte aan ouderdom, dan bereiden de gedachten ons voor op bepaald gedrag: langzamer lopen..

Ook stemgedrag kan hierdoor worden beïnvloed: als in een school moet worden gestemd over schoolsubsidies dan is de score anders, lees positiever voor de school, dan bij een stemming op meer neutraal terrein. Daarnaast maakt de gedachte aan geld de mens zelfzuchtiger en minder behulpzaam en sociaal.

Een laatste voorbeeld: mensen moesten een vrijwillige bijdrage betalen voor genoten consumpties. De ene week hingen er foto’s van de ogen van mensen achter het potje, de andere week hingen er foto’s van bloemen. Tijdens de weken met foto’s van ogen waren de ”vrijwillige” bijdragen significant hoger. Vreemde ogen dwingen.

Geef een reactie