H12 Beschikbaarheid

Als je twee groepen willekeurige letters krijgt voorgeschoteld zie je meestal in één oogopslag welke van de twee de meeste mogelijkheden biedt om woorden van te vormen.
Je hoeft ook geen moeite te doen om een idee te krijgen van de relatieve frequentie waarmee landen in de afgelopen periode in het nieuws zijn gekomen.

Dat wordt beschikbaarheidsheuristiek genoemd. In feite is dat een voorbeeld van de vervanging van ene de vraag door de andere: je wilt de omvang van een categorie weten, dan wel de frequentie waarmee iets voorkomt, maar het zegt iets over het gemak waarmee voorbeelden uit het geheugen lijken te worden opgehaald. Deze substitutie leidt tot systematische fouten: heuristiek wordt bias. Een ander voorbeeld:

“Een ingrijpende gebeurtenis kan de beschikbaarheid van een categorie tijdelijk vergroten. Een neergestort vliegtuig zal veel media-aandacht krijgen en gevoelens over vliegen (tijdelijk) veranderen”.

Weerstand bieden aan deze bias is mogelijk maar kost veel energie.

Een ander voorbeeld: aan twee gehuwden wordt gevraagd hoe hoog hun bijdrage is aan het schoonhouden van het huis. De uitkomst, het totaal,  is vaak hoger dan 100%. Mensen zijn geneigd zich hun eigen bijdrage veel beter te herinneren en komen zo tot een te hoge relatieve score. Het kost relatief veel energie om de bijdrage van de ander op waarde te schatten.

De psychologie van beschikbaarheid.

Stel je voor dat je wordt gevraagd om zes voorbeelden van eigen assertief gedrag te geven en beoordeel hoe assertief je bent. Stel dat het twaalf voorbeelden moeten zijn, wat is dan de uitkomst?

Uitkomst: het noemen van twaalf voorbeelden is veel moeilijker. Vanwege die grotere moeite zijn mensen geneigd om zich minder assertief te vinden dan met zes voorbeelden, alleen maar omdat dat gemakkelijker gaat. Paradoxale uitkomst.

Deze paradox blijkt ook uit andere voorbeelden. Mensen krijgen minder vertrouwen in een bepaalde keuze als zij meer argumenten ten gunste van die keuze moeten noemen. Mensen zijn minder onder de indruk van een voorwerp als ze meer voordelen ervan hebben moeten noemen.

 

Ons feilbare denken, deel 1 – Daniel Kahneman

Ons feilbare denken Boek omslag Ons feilbare denken
Daniel Kahneman
Non-fictie
Business Contact
2011
Paperback
527
Peter van Huizen, Jonas de Vries

Twee systemen
Ons feilbare denken van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman wordt door kenners als een meesterwerk beschouwd. Het bestaat uit vijf delen, het eerste deel gaat over Twee systemen.

“Ons feilbare denken, deel 1 – Daniel Kahneman” verder lezen

H9 Een eenvoudigere vraag graag

Een opvallend kenmerk van onze hersenen is dat we zelden helemaal geen antwoord hebben. Bij lastige vragen gaat Systeem 1 op zoek naar een eenvoudigere vraag en zal het proberen hierop een antwoord te vinden.

Vervangingsvragen
Kahneman beschrijft dit proces aan de hand van twee termen:
Doelvraag: het oordeel dat we proberen te vormen
Heuristische vraag: de eenvoudigere vraag die we in plaats van de eerste vraag proberen te beantwoorden.
Heuristiek: het gebruiken van een eenvoudige procedure om adequate, maar vaak imperfecte antwoorden op lastige vragen te vinden.

Voorbeelden:
Doelvragen:

1 Hoe gelukkig bent u op dit moment?
2 Deze vrouw stelt zich kandidaat voor de verkiezingen, Hoe ver kan ze komen?

Heuristische vragen:
1 Hoe voel ik mij nu?
2 Wekt deze vrouw de indruk van een winnaar?

Hij noemt dat het mentale hagelschot: het vinden van snelle antwoorden op lastige vragen zonder het luie Systeem 2 overmatig te belasten.

Heuristiek in drie dimensies
Een bekend plaatje is dat van een man in een gang, getekend op drie verschillende plekken. De man is overal even groot, doch door het vreemde perspectief van de gang die kleiner lijkt (smaller en met een lager plafond) lijkt de man die het verste weg is getekend groter dan de dichtstbijzijnde man. Onze hersenen maken er een driedimensionaal plaatje van en geeft daardoor een fout antwoord op de vraag die is gesteld over een tweedimensionaal plaatje.

H8 Hoe oordelen zich vormen

Basisevaluaties
Het aantal vragen dat we kunnen beantwoorden of stellen is eindeloos. Dat is een taak voor  Systeem 2. Systeem 1 werkt anders: het houdt voortdurend in de gaten wat zich binnen en buiten ons brein afspeelt en beoordeelt voortdurend diverse aspecten van de situatie zonder er specifiek de aandacht op te vestigen of anderszins inspanningen te verrichten. Deze basisevaluaties spelen een belangrijke rol in onze intuïtie, ze nemen makkelijk de plaats in van lastigere vragen. Dit is in principe hoe heuristiek en bias werken.

Wat zijn basisevaluaties? Dat is vooral het inschatten van situaties: is er een dreiging of juist een kans? Moet ik vechten of vluchten? Deze inschatting vinden bijvoorbeeld plaats op uiterlijke kenmerken zoals de vorm van een gezicht (is de kin wilskrachtig of juist wijkend), de gelaatsuitdrukking (lachend of fronsend). Deze primaire indrukken beïnvloeden keuzes en denkprocessen. Bijvoorbeeld keuzes: iemand met een sterke kin en een uitstraling van zelfvertrouwen wordt sneller als competente leidinggevende beoordeeld dan iemand die vooral voorkomend overkomt. Politici bijvoorbeeld maken nogal eens gebruik van deze neiging tot automatisch gevormde voorkeuren, beeldvorming.

Afstemming van intensiteit
Een ander talent van Systeem 1 is het op elkaar afstemmen van verschillende dimensies. Een zware misdaad zoals moord wordt geassocieerd met een donkerder tint dan diefstal en qua muziek met respectievelijk fortissimo en pianissimo, qua volume klinkt een moord harder dan een diefstal. Voor de intensiteit van bestraffingen geldt hetzelfde. Uit proeven bleek dat mensen een gevoel van onrechtvaardigheid konden ervaren als het volume van de bestraffing afweek van het volume van de misdaad.

H7 Snel conclusies trekken

Dubbelzinnigheden negeren en twijfels onderdrukken
Neem een zin als: Ann liep naar de bank. Het is de context die bepaalt welke betekenis je aan het woord bank hecht. Denk je aan een huiskamer dan zorgt het intuïtieve Systeem 1 ervoor dat je aan een meubelstuk denkt. Ben je net met geld in de weer geweest dan zorgt dat Systeem ervoor dat je aan een bankgebouw denkt. Die keuze wordt automatisch gemaakt, zonder dat je je bewust bent van de dubbelzinnige betekenis.

Dit kost minder energie dan dat je telkens bewust moet nadenken over welke uitleg van toepassing is, Systeem 2.
Een bias voor geloven en bevestigen
Latere testen bevestigen die intuïtieve beoordeling. Een onlogische zin als “Vissen eten snoep” als voorbeeld. In eerste instantie zie je het beeld voor je (Systeem 1). Dat je even later beseft dat het niet klopt is te danken aan Systeem 2. Maar dat kost wel meer moeite.

Een interessante test als voorbeeld. Mensen moesten onlogische zinnen als juist of onjuist beoordelen. Zonder afleiding ging dat meestal goed. Een vorm van afleiding, zoals het hardop tellen van getallen, zorgden voor veel meer fouten. De energie die Systeem 2 kost bleek  ontoereikend om onlogische zinnen in twijfel te trekken.

Quote: “Er zijn aanwijzingen dat mensen eerder geneigd zijn ongegronde, overtuigende boodschappen te geloven wanneer ze moe en uitgeput zijn.”

Het halo-effect
Ook zo’n vorm van “gemakzucht”. Kahneman geeft als voorbeeld de Amerikaanse president. Kun je je vinden in zijn beleid dan ben je sneller geneigd om andere aspecten van die persoon positief te waarderen, ook die aspecten die je bij een andere president wellicht minder positief of zelfs negatief zou waarderen.

(Denk ook aan bijvoorbeeld verliefdheid: alles lijkt aanvankelijk mooi en leuk, ook die eigenschappen die je bij een andere persoon zou verafschuwen. Vergelijkbare effecten kun je hebben bij je favorieten in sport, kunst en dergelijke, naar wie je anders, bevooroordeeld,  kijkt)

Het psychologische effect van de eerste indruk is evenmin niet te onderschatten. Weer een voorbeeld.
Alan is intelligent / kritisch / jaloers
Ben is jaloers / kritisch / intelligent

Dezelfde eigenschappen maar in een andere volgorde. In de meeste gevallen wordt Alan positiever beoordeeld omdat de positieve eigenschap bij hem eerst wordt genoemd en de andere daardoor een andere waarde krijgen.

What you see is all there is (WYSIATI)
Systeem 1 vertrouwt op snelle conclusies. Op de vraag of iemand een goede leider zal zijn, gekoppeld aan de eigenschappen slim en sterk is men snel geneigd om ja te antwoorden. Daarbij slaat men een stap over, namelijk de vraag te beantwoorden aan welke eigenschappen die leider zou moeten voldoen. Als even later zou volgen dat die mogelijke leider ook corrupt en wreed is dan tellen die eigenschappen minder zwaar en is de mening gevormd op basis van de eerstgenoemde eigenschappen.

Kahneman: “WYSIATI faciliteert de creatie van samenhang en de ervaring van het cognitieve gemak dat ons een bepaald feit als waar doet aannemen”
Andere aspecten daarvan:

  • Overmoed: men verzuimt er rekening mee te houden dat belangrijke informatie kan ontbreken. (Tunnelvisie, vooringenomenheid)
  • Framing: Vleeswaren met omschrijving 90% vetvrij worden als gezonder ervaren dan met de omschrijving bevat 10% vet. Het is hetzelfde.