Iets in ons boog diep – Jan Lauwereyns

Iets in ons boog diep Boek omslag Iets in ons boog diep
Jan Lauwereyns
Roman
Koppernik
2016
Paperback
239

 

Yuji Kohara, een moleculair bioloog, stapt per vergissing een halte te vroeg uit de metro. Zijn verstrooidheid zet hem op het spoor van een oude vlam. Er volgen een lange nacht, een rusteloze week en de vreemde rest van het jaar. Vroeg of laat moet de verwarde wetenschapper zijn zintuigen reinigen en een beslissing nemen, voor zichzelf en voor zijn dochter, om via de toekomst het verleden te kunnen loslaten.

Met Iets in ons boog diep schrijft Jan Lauwereyns een komedie in c klein. Geen kolder, maar een heroïsch gevecht met de kleine nachtmerries van het gewone leven. Alles mag aan bod komen in deze roman, die is opgebouwd als een reeks lyrisch-essayistische canto's over (onder andere) de liefde, het vaderschap, het glioblastoom, La Commedia, het seksleven van rondwormen, vivisectie op Amerikaanse krijgsgevangenen,  de behoefte aan een onverbrekelijke band, en de leegte, die aan het begin van elke beweging zit.


Meer dan een verhaal

Het Nederlandse taalgebied kent nogal wat auteurs die meer aandacht verdienen dan ze krijgen. Jan Lauwereyns is daarvan een goed voorbeeld. Als dichter heeft hij de VSB poëzieprijs gewonnen in 2012. Als romancier timmert hij ook aan de weg, maar of hij met zijn nieuwste werk Iets in ons boog diep op weg is naar de status van publiekslieveling is maar zeer de vraag. Degenen die dit boek wel tot zich nemen zullen het koesteren als een kostbaar kleinood.

Yuji Kohara is de weg kwijt nadat zijn vrouw  is overleden aan een ziekte. De adviezen die hij kreeg van doktoren zijn opgevolgd maar het heeft niet mogen baten. Als wetenschapper kent hij de twijfels. Kloppen de uitgangspunten, is de interpretatie juist en zijn de juiste conclusies getrokken? Hadden andere keuzes genezing wel mogelijk gemaakt? Het zijn die twijfels die er mede de oorzaak van zijn dat hij in rouwtoestand blijft verkeren.

Zijn leven heeft daaronder te lijden. Zijn tijdelijk inwonende schoonmoeder zorgt ervoor dat hij in zekere zin door kan met zijn leven. Zij neemt de opvoeding van zijn dochter op zich en bestiert het kleine huishouden. Het is niet genoeg. Zijn vakgroep aan de universiteit heeft het moeilijk, papers krijgen zij niet meer gepubliceerd en de toekomst staat op het spel. Als leider laat hij het afweten. Kohara staart het liefst ongestoord de hele dag naar het studie-object, de rondwormen.
Buiten de universiteit doet hij maar wat. Hij stapt te vroeg uit de metro en jaagt een schim uit het verleden na. Als zijn broer een zelfmoordpoging doet neemt hij een impulsieve beslissing. En zo moddert hij maar door.

Uit voorgaande zou je kunnen afleiden dat er sprake is van een min of meer logisch opgebouwd verhaal. Dat is bedrieglijk. Iets in ons boog diep is een kapstokverhaal. Die hangt vol met filosofische beschouwingen, literaire verwijzingen en hersenspinsels over bijvoorbeeld Odysseus en Dante Alighieri, wetenschappelijke verhandelingen over de totaal oninteressante rondwormen, en nog veel meer fraais. Daar doorheen kun je glimpen opvangen van het leven  en denken van Kohara, maar het is wel zaak om bij de les te  blijven.

Iets in ons boog diep is een bijzonder boek. Sommige delen zijn zo specifiek technisch wetenschappelijk dat je geen moeite moet doen om het te begrijpen. De gedachtenkronkels zijn geregeld onnavolgbaar. De vanzelfsprekendheid waarmee dat wordt gebracht, de flair, de woordkeuze, de stijl, laten je moeiteloos accepteren dat je van grote delen van de tekst geen snars begrijpt. Het doet er niet toe. Moet iets moois begrepen worden, moet een tekst doorgrond kunnen worden om de schoonheid ervan te kunnen waarderen?

En wat te denken van de persoon Kohara? Een man zonder eigenschappen wordt hij wel genoemd. Daarin lijkt hij wel wat op het primitieve organisme dat hij bestudeert, de rondworm. Het heeft een zenuwstelsel, een spijsverteringsstelsel, maar niet veel meer dan dat. Het bestaat. Dat lijkt voor Kohara ook op te gaan in zijn rouwtoestand, doch af en toe krijg je een flits te zien van de Kohara van vroeger. Toen hij nog wel over eigenschappen beschikte.

Ter illustratie enkele voorbeelden van de vaardige pen van Lauwereyns.

“Iemand keek op zijn horloge. De tijd schreed enkele seconden vooruit”

“Als hij zo nodig in gedachten moest verzinken, dan liefst in het hypnotiserende ritme van de golven die zachtjes induwden op het zand; de focus op de repetitieve bewegingen, die de buitenwereld ophieven”

Over het verlangen bij zijn overleden vrouw te zijn:
“Dichter bij haar kon hij niet komen. Hij was niets, zij was niets. Het verlangen naar de beroerte was het verlangen naar de onbewogen beweger die niet bestond”.

 Of zomaar een gedachte over berusting.
“”Er valt niets aan te doen” is een depressief makende berusting, maar wat als anderen het tegendeel bewijzen? Wordt de depressieveling vrolijker of donkerder van het besef dat hij ongelijk had?”

 Dit is zomaar een kleine, tamelijk willekeurige bloemlezing. Iets in ons boog diep staat er vol mee. Meer dan een roman is het een klein kunstwerk, prachtig ingeleid door het gedicht Realiteit van Miroslav Holub.

Share

Geef een reactie