Een sprookje – Jonas T. Bengtsson

Een sprookje Boek omslag Een sprookje
Jonas T. Bengtsson
Roman
Koppernik
2015
Paperback
399
Angélique de Kroon

 

Een jongen groeit op met een vader die weinig respect voor de wet lijkt te hebben. Terwijl ze van de ene naar de andere plek trekken alsof ze op de vlucht zijn, nemen ze steeds meer afstand van de maatschappij. De vader, een excentrieke, rusteloze man, neemt onderweg allerlei baantjes aan, zoals uitsmijter bij een nachtclub, tuinman en hulpje van een louche meubelhandelaar. Overdag geeft hij zijn zoontje les, 's avonds vertelt hij een sprookje over een prins en een koning die op een missie zijn om de boosaardige witte koningin te vermoorden, daarbij achtervolgd door haar handlangers, de witte mannen, die allerlei gedaantes aannemen.
Op een dag neemt hun avontuur een onverwachte wending. Tien jaar later, wanneer de jongen op het punt staat volwassen te worden, kunnen vragen over het duistere verleden van zijn vader niet langer onbeantwoord blijven.
Met Een sprookje, dat zich afspeelt in het Kopenhagen van de jaren tachtig tot het begin van de eenentwintigste eeuw, heeft Jonas T. Bengtsson een coming-of-ageroman geschreven over hoe het voelt om een vreemde in de moderne wereld te zijn en over de consequenties van een levensfilosofie die van ouder op kind overgaat.


Misleidende en tegelijk alleszeggende titel

De omslag van Een sprookje is prachtig en weerspiegelt de inhoud op perfecte wijze. De grimmige, dreigende blik van een katachtige overheerst. Tot je ziet waaruit het plaatje is opgebouwd: bloemen, beestjes en allerlei lieflijke details. Tijdens het lezen van dit werk van Jonas T. Bengtsson overkomt je hetzelfde. Een regelmatig terugkerend gevoel van vertedering, sympathie voor de hoofdpersonen, over wat zij uitspoken en wat hen overkomt. Tot je even achterover leunt en het op je in laat werken; de grimmige werkelijkheid gaat alsnog overheersen.

De hoofdpersonen in het eerste deel van Een sprookje zijn een vader en zijn zoon, die bij aanvang zes jaar oud is. Namen worden niet genoemd, je zult het met deze aanduidingen moeten doen. Hun leven is onrustig en afhankelijk van hoe lang vader het ergens uithoudt en weer verder trekt of moet trekken naargelang de omstandigheden. Een thuis vinden zij niet, hooguit tijdelijke verblijfplaatsen. Altijd onderweg, op de vlucht voor iets onbestemds, een vader voor wie overleven een tweede natuur is, in de hoop dat zijn zoon een betere toekomst wacht. En de zoon die huizenhoog tegen zijn vader opkijkt, hem volop vertrouwt.

Een regelmatig terugkerende dagsluiting is het verhaaltje, gelijk een sprookje, dat vader vertelt voor het slapen gaan. Het gaat over een koning en een prins, op de vlucht voor slechte mannen die door de witte koningin naar hen op jacht zijn.
Deze vertelling wordt gaandeweg steeds belangrijker, tot het einde van het eerste deel waarin fictie en werkelijkheid bij elkaar komen. Werkelijkheid of waanidee?

Deel twee begint met een tijdsprong. De zoon is inmiddels puber, net als vader bovengemiddeld intelligent maar net zo incapabel als vader om dat als basis te gebruiken voor een gestructureerd leven. Het leven overkomt hem, het zijn vooral anderen die zijn richting bepalen.

Een sprookje is een coming-of-age roman, over het uitvinden van wie je bent en wie je kunt worden. Maar ook een verhaal over een vader – zoon relatie, vergelijkbaar met dat van The Road van Cormac McCarthy, maar liefdevoller en vooral hoopvoller. En een verhaal over hoe een traumatische jeugdervaring ook een volgende generatie kan raken.

Jonas T. Bengtsson heeft de toon wonderlijk goed getroffen. In het eerste deel is die vrij kinderlijk, de zinnen zijn vrij kort en als je niet beter zou weten lijkt het inderdaad een vertelsel van de gebroeders Grimm. Het tweede deel is grimmiger, donkerder, evenzeer passend bij de leeftijd van de verteller en wat hij meemaakt. Maar beide delen hebben hetzelfde effect op de lezer: je blijft dwangmatig doorlezen, nog een hoofdstukje en nog één, onweerstaanbaar en niet neer te leggen.

Een sprookje is een verhaal dat bedrieglijk eenvoudig oogt. De meeste gebeurtenissen worden beschreven met een zekere nonchalance, zo van ach, zo’n vaart loopt het allemaal niet. Vader leeft aan de zelfkant van de maatschappij, liegen en bedriegen zijn een tweede natuur en toch is hij onweerstaanbaar sympathiek. Een oplichterijtje hier, een diefstalletje daar, je vergeeft het hem, ook omdat hij er zelf nogal luchtig over doet. Schijn bedriegt. De details, soms nauwelijks zichtbaar, soms nogal terloops gebracht, geven een beeld van een heel andere werkelijkheid. Het echte leven is geen sprookje, toch?

Een sprookje is een boek met nogal veel ruimtes. De lezer kan, nee moet, hard aan het werk om de diepere laag, de kern van het verhaal te vinden. Het is een prachtwerk dat meer aandacht en publiek verdient dan het tot nu toe heeft gekregen.

2 gedachten over “Een sprookje – Jonas T. Bengtsson”

Geef een reactie