Lezende oude dame

Jaarlijks heb ik een afspraak met een oude dame, geboren in 1923. Het heeft met werk te maken. Het is een soort rituele dans volgens vaste patronen. De afspraak is altijd in maart, altijd op een vrijdag, altijd om half twee. En het is bijna elk jaar hetzelfde weer; zonnig, graad of vijftien, lichte bries. Ook de weergoden voegen zich naar dit ritueel.
Eén van de eerste dingen die ik doe als ik binnenkom is even controleren of ze nog steeds leest. Ook op onze laatste afspraak was dat het geval.

Het gesprek verloopt eigenlijk altijd hetzelfde.
“Hoe gaat het met u?”, is het eerste wat zij vraagt. Hierop volgt mijn antwoord met de wedervraag. Haar antwoord? In grote lijnen: het gaat elk jaar een beetje minder, het wordt allemaal wat moeizamer, de rollator wordt steeds belangrijker.

Klagerig? Nee, eerder een tikje weemoedig. Maar ze is nooit chagrijnig.

Vijf minuten later.
“Blieft u nog een kopje thee?”
Graag. Waarna ik mijn werk kan doen. Als zij met de thee aankomt, zonder hulp want ze wil het zelf doen, vraagt zij steevast:
“Heb ik het allemaal goed gedaan?”
“Ja, mevrouw.”
“Wilt u een koekje bij de thee?”
Ouderwetse koekjes, frou-frou, janhagel, gemberkoekjes.
Hoewel ik niet bepaald een liefhebber ben zeg ik geen nee. Het kan elk jaar de laatste keer zijn dat ze het vraagt en je wilt niet een geweigerd koekje als laatste herinnering met je meezeulen.

Intussen kijk ik naar de boeken. Het zijn er altijd drie en in alle drie is zij tegelijk bezig. Meestal  vrij nieuwe boeken, soms zit er een wat ouder boek tussen. Soms hebben we het even over een boek, als ik het ken of gewoon nieuwsgierig ben.

En dan het afscheid, na een half uurtje, want dan is ze moe.
“Tot volgend jaar, hopelijk”, zegt zij steevast.
“Ja, tot volgend jaar, op naar de 100”.

Zolang zij boeken leest houd ik hoop dat er inderdaad weer een volgend bezoek zal komen.

Share

Geef een reactie