Zoon – Karl Ove Knausgård

Zoon Boek omslag Zoon
Mijn strijd
Karl Ove Knausgård
Roman, autobiografisch
De Geus
November 2014
Paperback
443
Marianne Molenaar


Op een milde augustusdag in 1969 betrekt een jong gezin hun nieuwe huis op Tromøya in Zuid-Noorwegen. Dit is de plek waar Karl Ove, dan nog geen jaar oud, zijn kindertijd zal doorbrengen. Het worden lange jaren, gevuld met ontdekkingstochten, meisjes, voetbal, muziek en een bijzonder dominante vader. De volwassen schrijver vertelt over de wijsneus die hij was, die al heel vroeg kon lezen en schrijven, maar moest leren rekening te houden met anderen. Knausgård beschrijft het oerlandschap van zijn jeugd tot in de fijnste details en vertelt hoe hij nu kijkt naar wat hij toen zo belangrijk vond. Een prachtige ode aan zijn Eden. `In een tijd waarin niemand nog tijd heeft om te lezen, is het een kostbare luxe te kunnen zwelgen in schier eindeloze, superieur geschreven pagina s. En daarna? Dan is het wachten op deel drie. De Standaard `Knausgård gaat graag tot het uiterste. Nietsontziend, rauw, met gevoel voor humor of juist uiterst sensibel zoekt de auteur de schaamte op


Naar ventje

Zoon is het derde deel in de zesdelige cyclus Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. In het eerste deel van deze cyclus, Vader, blikt hij vooral terug op zijn herinneringen aan zijn onberekenbare en tirannieke vader. Die is dan net overleden. Het beeld dat daarvan bleef hangen is dat de jonge Karl Ove vooral slachtoffer is geweest. Na lezing van Zoon is dat een stuk genuanceerder. Hij roept ook wel een en ander over zichzelf af.

De verteller blikt terug op de eerste pakweg dertien jaar van zijn leven, min of meer chronologisch. Zijn moeder is een zachte vrouw die het goed bedoelt met de opvoeding maar die geregeld de plank misslaat. Zij heeft geen flauw benul van de gevoeligheden van een jongen. Een badmuts kopen voor een jonge knul met bloemetjes erop ter gelegenheid van de eerste zwemles, hoe haal je het in je hoofd? Zij ziet er geen been in. Zijn broer Yngve is al enkele jaren ouder en is een stuk zelfverzekerder dan hij. Hij krijgt minstens net zo veel klappen van hun vader maar lijkt zich er weinig van aan te trekken.
De overheersende persoon is vader, de man die onberekenbaar is, wiens stemming van het ene op het andere moment kan omslaan van min of meer aardig naar wreed. De zoons worden geslagen, oren worden omgedraaid, bij het minste of geringste dreigt huisarrest. Hij zorgt wel voor ze, hij is vaak degene die zorgt voor het eten. Verder leeft hij vooral in zijn eigen wereld.

De eerste grote gebeurtenis is de verhuizing van het gezin naar Tromøya, het grootste eiland in het zuiden van Noorwegen. Hij beschrijft hoe hij opgroeit, zijn schooltijd, zijn vriendschappen en zijn eerste kalverliefdes. Het geeft een goed beeld van hoe het leven van een kind in Noorwegen eruitziet. Het geeft ook een goed beeld van de jonge Karl Ove. En daarin spaart de schrijver zichzelf bepaald niet.

Hij is een naar ventje. Een jankerd die bij de geringste aanleiding in huilen uitbarst. Een betweter die altijd maar moet laten zien hoe goed hij wel niet is en hoeveel hij al weet. Dat je daarmee, zeker als jonge knaap, bepaald geen vrienden maakt ontgaat hem. Zoals hij ook geen idee heeft dat het gevaarlijk zou kunnen zijn als je vanaf een viaduct stenen naar auto’s gooit; en dan nog verontwaardigd is als hij vervolgens vreselijk op zijn donder krijgt. Hij wordt steeds eenzamer door zijn ongewone gedrag. Zijn vriendjes mijden hem; het wordt hem pas een beetje duidelijk als hem door een klasgenoot onverbloemd duidelijk wordt gemaakt dat niemand hem aardig vindt.
Hij is sociaal erg onhandig. Vriendschappen zijn vluchtig. De eerste kalverliefdes zijn al snel weer over. Hij heeft geen idee hoe zich te gedragen. Een tongzoen van een kwartier, met het horloge in de hand, met als enige doel het record van een vriendje te overtreffen is niet de manier om een meisjeshart te winnen. En dan nog verbaasd zijn ook als de jongedame in kwestie het gelijk uitmaakt.

Als je er zo op terugkijkt lijkt het alsof in Zoon alleen maar ellende wordt beschreven. Dat is een beetje vertekend. De jeugdjaren zijn niet zo heel bijzonder en zijn in veel opzichten herkenbaar. Het is vooral de subjectieve manier waarop je een en ander beleeft door de ogen van een betweterig, zeikerig mannetje, een huilebalk die afwisselend gevoelens van mededogen en afkeer oproept.

In hoeverre de herinneringen betrouwbaar zijn is een vraag die er niet erg toe doet. Waar ik na lezing van dit boek het meest benieuwd naar ben is of Knausgård bewust dat beeld van zichzelf als kind heeft gecreëerd, en daarbij misschien wat heeft overdreven, of dat hij de “waarheid” zo dicht mogelijk heeft willen benaderen.

Hoewel Zoon iets minder sterk is dan de voorafgaande delen is het alleszins de moeite waard en een onmisbaar deel in het levensverhaal van deze zeer interessante auteur.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar