Februari 2021

In februari heb ik zeven boeken gelezen, een gemiddeld aantal. Het niveauverschil was enorm. Gelukkig waren het voor het merendeel (heel) goede boeken, vier stuks, de drie anderen bevielen mij minder. Er zaten twee klassiekers bij. Ik had mij voorgenomen daar meer aan te doen. Er komen ontzettend veel boeken uit en dat is prima, maar daardoor dreigen de grote namen tussen wal en schip te vallen. Verder uitstellen is geen optie meer, dus ik zal er dit jaar nog wel wat meer gaan lezen.

De eerste was wel een relatief recent boek, De jongens van Nickel van Colson Whitehead. Eerder had ik van hem het bekroonde De ondergrondse spoorweg gelezen. Dat vond ik goed, maar niet heel bijzonder. Dit boek is dat wel. Het is een bijzonder aangrijpende en indrukwekkende geschiedenis, temeer omdat het gebaseerd is op de geschiedenis van Amerikaanse tuchtscholen. Prachtig!

Het tweede boek van februari is wel een echte klassieker, Woeste hoogten van Emily Brontë. Tijdens mijn schooltijd was het best geliefd maar het is er toen niet van gekomen en heel lang daarna ook niet. Ik had wel het voornemen om er eens aan te beginnen. Het was de podcast van BoekenFM die mij het laatste zetje gaf en ik heb er geen seconde spijt van gehad. Wat een bijzonder boek, indrukwekkende personages en een onvergetelijk verhaal. Fantastisch!

De derde is geen klassieker maar zou het wat mij betreft zomaar kunnen worden. Zelfs de honden van Jon Mcgregor heeft het in zich. Een prachtig verhaal, innovatieve manier van vertellen, een stijl die perfect aansluit bij de wereld waarin het zich afspeelt. Een boek waaraan alles klopt maar dat evenwel niet bij iedereen in de smaak zal vallen vermoed ik zo.

Duizelingen van W.G Sebald was het eerste boek dat mij niet kon bekoren. Ik waardeer de manier van schrijven, bij vlagen was het zeker interessant maar het wist mij niet te pakken. Soms heb je geen connectie met een boek, zonder dat het slecht is.

Het vorige was geen tegenvaller, Opperduitsland van Alexander Schimmelbusch is dat wel. Slap verhaal, oninteressante hoofdfiguur die zich nauwelijks ontwikkelt, pretentieus gebral. Ik was er zo doorheen, daarom heb ik het toch maar voltooid.

De spiegelingen van Erwin Mortier kon mij ook minder bekoren. Misschien waren mijn verwachtingen te hooggespannen omdat ik eerder van hem het onvolprezen Godenslaap heb gelezen, maar deze vond ik echt een heel stuk minder. Iets meer dan middelmaat, Mortier kan beter.

Tot slot de tweede klassieker: Geteld, geteld van Miklós Bánffy. Het is het eerste deel van de Transsylvaanse trilogie, waarvan het tweede deel inmiddels ook in vertaling is verschenen. Het geeft een prachtig beeld van de lege wereld van de aristocratie aldaar ten tijde van het begin van de twintigste eeuw. Het is vooral een liefdesroman, maar het decor van feesten, geslemp, gekonkel, politiek en jachtpartijen maken het boek. Af en toe iets te wijdlopig en net even te veel overbodige details maar verder was het puur genieten.

Het was niet heel lastig om de favoriet van de maand te kiezen. Hoewel de concurrentie niet misselijk was kies ik voor Woeste hoogten van Emily Brontë

Hier de link naar eerdere afleveringen

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: