Zen en de kunst van het motoronderhoud – Robert M. Pirsig

Zen en de kunst van het motoronderhoud Boek omslag Zen en de kunst van het motoronderhoud
Robert M. Pirsig
Roman
Contact
1977
Paperback
367
Ronald Jonkers

 

In Zen & de kunst van het motoronderhoud verhaalt Robert M. Pirsig over de motorfietstocht die de hoofdfiguur en zijn elf jaar oude zoon Chris een zomermaand lang van Minnesota naar Californi? maken. Het is het spannende en wanhopige relaas van een vader en een zoon die bevangen worden door een steeds ingrijpender krankzinnigheid. Zen & de kunst van het motoronderhoud is een van de belangrijkste en invloedrijkste boeken van de afgelopen halve eeuw. Het is een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.

'Het is in feite een filosofische verhandeling opgelost in een roman, en die roman is waarschijnlijk de aanleiding dat het boek steeds meer wordt verkocht. Dat succes is verdiend: alleen al om die roman is het een onvergetelijk boek.' Vrij Nederland

'Zoals het er nu naar uitziet, is het niet minder dan een, naar vorm en inhoud gemeten, meesterwerk.' De volkskrant


Wat een ervaring!

Er zijn van die boeken die bij velen in de boekenkast staan en die maar door weinigen in zijn geheel zijn gelezen. Zen en de kunst van het motoronderhoud is zo’n boek dat ik ook al een tijdje in bezit had maar waar ik nog steeds niet aan begonnen was. Het overlijden van de auteur Robert M.Pirsig, kort geleden, was de directe aanleiding om het nu wel te gaan lezen. Met terugwerkende kracht heb ik er spijt van dat ik het zo lang ongelezen heb gelaten!

Zen is een boek met meerdere lagen, met verschillende verhaallijnen die knap met elkaar zijn verweven. Het is een Erlkönig-achtig reisverhaal, een verslag van een psychologische ondergang en een filosofische zoektocht ineen.

Het reisverhaal

De hoofdpersoon is een anonieme verteller. Samen met zijn zoon Chris ondernemen zij een reis op de motor, een roadtrip die ongeveer een maand duurt. Aanvankelijk worden zij vergezeld door John en Sylvia, vrienden. Hun functie in het verhaal is vooral om de verteller te positioneren. Sylvia blijft onderbelicht. John wordt neergezet als een tamelijk oppervlakkige genieter die niets moet hebben van motoronderhoud en kennis van het apparaat. De verteller zet zich neer als diens tegengestelde: iemand die alles wil weten van het apparaat, tot in het kleinste detail. Hij wil in staat zijn zichzelf te redden, zo min mogelijk afhankelijk te zijn van derden.

Na enige tijd gaan vader en zoon alleen verder. Chris is jong en heeft geen keuze. Nu ze zover zijn gevorderd kan hij niet meer terug en is hij wel gedwongen naar de rug van zijn vader te kijken. Hij heeft af en toe last van fysiek ongemak en kinderlijke dwarsheid, doch de verteller ziet daar geen aanleiding in om de reis af te breken.
In die zin heeft het wel wat trekjes van de Erlkönig, is het een moderne variant daarop. Een zoon die tegen wil en dank op reis is met zijn vader.

Het reisverhaal is op zichzelf weinig bijzonder. De landschappen worden vrij summier beschreven, net als de plaatsen die zij aandoen. Het is ook niet het belangrijkste aspect van het boek, het is vooral de setting voor het verhaal.

De psyche van de hoofdpersoon

Gaandeweg kom je erachter dat de verteller op zoek is naar zijn vroegere zelf. Hij noemt hem Phaedrus, naar de gesprekspartner van Socrates in een werk van Plato, een werk waarin veel elementen van diens filosofie terugkomen. Die Phaedrus, de verteller dus, was tegelijk docent en leerling filosofie.

Als docent drukte hij nogal zijn stempel op zijn leerlingen. Hij was nogal obsessief geïnteresseerd in de details. Een opdracht die hij gaf verliep ongeveer als volgt: beschrijf Amerika in maximaal vijfhonderd woorden. De leerlingen liepen vast, geen resultaat. Ook niet toen de opdracht werd beperkt tot een stad, een straat of een woning. Pas toen werd gevraagd naar een steen en de functie daarvan leverde dat resultaat op. Het is diezelfde houding die de verteller in het nu heeft: de motor vindt hij niet zo interessant, de onderdelen waaruit deze is opgebouwd wel. Daarover kan hij uren vertellen.

Als leerling is hij eigengereid. Hij is bereid om met iedereen de discussie aan te gaan, zelfs met de autoritaire voorzitter van de vakgroep. Het resulteert in een prachtige woordenstrijd, één van de hoogtepunten van Zen en de kunst van het motoronderhoud.
Het is een houding die hij te ver doorvoert. Hij loopt vast in zijn gepieker, belandt in een periode van krankzinnigheid, gedwongen opnames en elektroshocks.

De filosofische zoektocht

De verteller is op zoek naar een begrip dat de door hem verwoorde tegenstelling tussen klassieke en romantische werkelijkheid overstijgt. Een zoektocht waarin vele filosofen onder de loep worden genomen, zoals Kant, Hume, Poincaré en de Griekse klassieken. Het zijn nogal technische verhandelingen die soms erg de diepte in gaan en vaak moeilijk zijn om te volgen. Hij komt uit bij Kwaliteit.

De zoon speelt geen rol in die zoektocht. Tot het einde. In plaats van te blijven zitten gaat Chris ineens staan en kijkt, leunend op de schouders van zijn vader naar de wereld. Een  filosofische beeldspraak die realiteit wordt.

Mening

Zen en de kunst van het motoronderhoud is een vreemd boek. Af en toe leg je het met een diepe zucht weg, even klaar met de gedachtenstroom van de verteller, om het even later weer op te pakken omdat je verder wil, moet.

Het is ook verwarrend omdat er soms oeverloos over details wordt gesproken. Dat lijkt vervelend totdat je gaat beseffen dat het de weergave is van het proces dat de verteller heeft doorgemaakt. Steeds verder op zoek naar het detail, om vanuit die details begrip te krijgen van de wereld, een manier van denken die een garantie is voor vastlopen. Als lezer loop je dat gevaar ook als je daarin meegaat, tenzij je tijdig inziet dat het niet alleen gaat om de details maar om de grote lijn: het hoe en waarom van het psychologische verval van de verteller in een eerdere fase van zijn leven.

Zen en de kunst van het motoronderhoud blijkt een boek te zijn dat door velen niet is uit gelezen. Begrijpelijk, het is soms taai, en als je het te lang weglegt om op adem te komen pak je het vermoedelijk niet zo snel meer op. Maar het is ook een boek dat door velen wordt herlezen. Ook dat is begrijpelijk. Het is een boek dat tot nadenken dwingt, een boek dat bij tweede lezing waarschijnlijk nog meer van zijn geheimen prijsgeeft.

Share

2 gedachten over “Zen en de kunst van het motoronderhoud – Robert M. Pirsig”

Geef een reactie