De verboden tuin – Wessel te Gussinklo

Ondraaglijk mooi

Tien jaar heeft het geduurd voordat een uitgever eindelijk bereid was om De verboden tuin, de eerste volledige roman van Wessel te Gussinklo, uit te geven. Daarvoor was wel de hulp van de destijds vermaarde journalist K.L. Poll nodig. Het viel meteen in de prijzen: het kreeg de Anton Wachterprijs en de debutantenbeurs van het Fonds voor de Letteren. Het duurde even voordat er een opvolger was, maar het was het wachten alleszins waard. De opdracht, het vervolg hierop, kreeg een nog warmer onthaal. Dit werk wordt gerekend tot de klassiekers in de Nederlandse Literatuur van na de oorlog.

De verboden tuin is het eerste boek dat gewijd is aan Ewout Meyster. Hij is dan nog een kind, een jongen die de puberteit nadert. Hij leeft alleen met zijn moeder, zijn vader is overleden. In het verhaal wordt er niet vaak naar verwezen maar het zou niet verbazen als hij daar flink last van heeft. Zijn moeder speelt af en toe wel een rol, maar erg dominant is zij niet aanwezig.

Eenzaam

Aan alles voel je dat Ewout een eenzaam joch is. Het is een eenzaamheid die hij over zichzelf afroept. Hij doet zijn best om aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten, slaagt daar ook geregeld in, maar door zijn gedrag duurt dat nooit lang. Hij weet zich niet aan te passen aan zijn leeftijdgenoten. Als zij spelletjes doen overdrijft Ewout, als zij zich vervelen of gewoon niets te doen weten te verzinnen, dan verzint hij de raarste dingen. Elke dag eindigt eenzaam.

In zijn kamer probeert hij greep te krijgen op zijn leven, maar zelfs daar ontspoort hij; in gedachten. Hij fantaseert geregeld over een nogal populair meisje, Hanneke. Soms lukt het hem om haar aandacht te trekken maar van echt contact komt het niet. Ewout verzint in gedachten manieren om nader tot haar te komen. Het begint meestal heel gewoontjes, tot zijn fantasie op hol slaat. Het eindigt vaak nogal macaber. In één van zijn fantasieën heeft hij haar aan een boom vastgebonden, besmeurt haar met modder en uitwerpselen zonder te zwichten voor haar smeekbeden om genade. Gelukkig is er wel een scheiding tussen droom en daad, maar het geeft wel aan hoe verwrongen hij in het leven staat.

Herkenbare trekjes

In De verboden tuin zijn al heel wat trekken van de oudere Ewout Meyster te ontdekken. In De opdracht is hij ouder, maar nauwelijks wijzer. De hardnekkigheid waarmee hij in dat boek de aandacht opeist, zich bespottelijk gedraagt en zich telkens onmogelijk maakt is in de kiem al aanwezig in De verboden tuin.

Wessel te Gussinklo schrijft heel dwingend en weet op onnavolgbare wijze de wereld te beschrijven vanuit het perspectief van een jonge knaap die zijn weg nog moet zien te vinden. En daar misschien wel nooit in zal slagen. Ewout is nog hartstikke kinderlijk, maar hij heeft ook al wat trekjes van een mannelijke puber die al een beetje last begint te krijgen van zijn hormonen.

Wat een inlevingsvermogen!

Het meest bijzondere is dat deze auteur er zeer goed in is geslaagd om een heel dubbel gevoel op te wekken over deze Ewout Meyster. Want net als bij De opdracht weet je na lezing van De verboden tuin niet goed wat je van deze knaap moet denken. Je schippert tussen eenzaam, zielig en meelijwekkend aan de ene kant en irritant, strontvervelend en naargeestig aan de andere kant. Wessel te Gussinklo stuurt je telkens een andere kant op, hoewel aan het einde de balans dan toch lijkt door te slaan naar meelijwekkend als het boek besluit met:

“Nooit was hij zo uitgelachen. Nooit had hij zich zo radeloos ongelukkig en vernederd gevoeld.
Ten slotte ging hij met zijn rug naar het gelach en gejoel tussen de fietsen in het fietsenhok staan, en keek onbeweeglijk naar de donkerbruin geteerde wand voor hem.”

Razend knap!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar