Ik heet Lucy Barton – Elisabeth Strout

Ik heet Lucy Barton
Elizabeth Strout
Roman
Atlas Contact
2016
Paperback
176
Barbara de Lange
9789025447076

 

Onoverbrugbare afstand

In Ik heet Lucy Barton van Elisabeth Strout lijkt weinig te gebeuren. De gelijknamige hoofdpersoon is voor een simpele ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Door enige tegenslag duurt het herstel langer dan verwacht. Haar moeder komt op bezoek en ze halen herinneringen op. Tot zover niets bijzonders. Dat is gezichtsbedrog. Moeder en dochter zijn uit elkaar gegroeid, zij leven in verschillende werelden. Zolang de gesprekken over anderen gaan lijkt er iets van een band te zijn. Zodra het persoonlijk wordt blijken de verschillen onoverbrugbaar.

Eenzame jeugd als stinkend buitenbeentje

Lucy Barton groeit op in erbarmelijke omstandigheden. Haar vader was een driftkop die om de haverklap werd ontslagen en dan weer aan een baan kwam wegens zijn vakmanschap. De kinderen kregen klappen, het eten bestond uit brood met melasse. Hun kleren vielen uit de toon, ze stonken en dus waren ze op school buitenbeentjes. Wat je noemt een valse start.

Lucy heeft hersens en die gebruikt ze. Na school blijft ze hangen en steekt haar neus in de boeken; ook omdat het daar warm en ze zich geborgen voelt. Ze klampt zich vast aan kleine opstekers, zoals een leraar die voor haar opkomt en op wie zij prompt verliefd wordt en dat haar hele leven zal blijven.
Ze weet zich op te werken, ze mag naar de universiteit en ze krijgt haar leven toch aardig op de rit. Maar de afstand met de familie is letterlijk en figuurlijk te groot geworden. Lucy is een moderne stadsvrouw, haar moeder is bekrompen:

“Ik weet niet wat er zo leuk aan is om je man te verlaten voor een homopersoon en er later achter te komen, terwijl je denkt dat je een gezonde man krijgt.”

Haar moeder is serieus, Lucy denkt dat het ze een grap maakt over iets wat een gezamenlijke kennis is overkomen.

Het moet niet persoonlijk worden

Ze praten veel, maar vooral over anderen, gemeenschappelijke kennissen. Af en toe wordt het wat persoonlijker en dan gaat het mis:

“Ik (Lucy) zei na een tijdje: ‘Wij waren ook uitschot. En niets anders’
Met de stem van mijn jeugd zei mijn moeder: ‘Grote genade, Lucy Barton. Ik ben niet helemaal hierheen gekomen met het vliegtuig om me door jou te laten vertellen dat wij uitschot zijn.’”

Elke poging tot toenadering is hiermee wel om zeep geholpen. Even verderop denkt Lucy:

“Ik wilde zeggen: Ga naar huis. Ga thuis maar aan iedereen uitleggen dat wij geen uitschot waren, leg maar uit dat jouw voorouders toen ze hier kwamen alle indianen hebben vermoord, mam! Ga ze thuis maar alles uitleggen.”

En zo geschiedde. Moeder gaat naar huis en alles wordt weer als vanouds.

Sterke vrouw

Het gaat in Ik heet Lucy Barton vooral om wat er niet wordt gezegd. Door de omstandigheden leek het een kansrijke poging om iets van herstelwerk te verrichten. Zolang het oppervlakkig bleef ging het goed, maar dat was niet vol te houden gedurende vijf dagen en nachten in elkaars gezelschap. Voor diepgaander gesprekken is dat niet de aangewezen plek, maar ook elders zou het niet zijn gelukt. De verschillen zijn daarvoor te groot.

Lucy Barton is een eenzame vrouw. Dat was al in haar jeugd het geval. In haar latere leven heeft ze wel vrienden gemaakt, maar die negen weken in het ziekenhuis is zij voornamelijk alleen. Zelfs haar man kan het bijna niet opbrengen om haar te bezoeken wegens een nare ervaring uit zijn jeugd.

Zo bezien heeft Lucy Barton een triest leven. Zwakke mensen zouden er mogelijk aan onderdoor zijn gegaan. Zo niet Lucy Barton. Zij heeft de kracht om er ondanks alles het beste van te maken. En dat maakt van Ik heet Lucy Barton ook een hoopvol boek.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: