Einde en begin – Wislawa Szymborska

Na elke oorlog
moet iemand opruimen.
Min of meer netjes wordt het tenslotte niet vanzelf.

Iemand moet het puin
aan de kant schuiven
zodat de vrachtwagens met lijken
over de weg kunnen rijden.

Lees verder

Vrouwenportret – Wislawa Szymborska

Ze moet naar keuze kunnen zijn.
Veranderen, als er echt niets mag veranderen.
Dat is makkelijk, onmogelijk, moeilijk, te proberen.
Ze heeft ogen die zo nodig diepblauw zijn, of grijs,
zwart, vrolijk, zonder reden ineens vol tranen.
Slaapt met hem, de zoveelste, de enige voor hem.
Baart hem vier kinderen, geen kinderen, één.
Naïef, maar heeft de beste raad.
Zwak, maar zal alles dragen.
Weet niet van wanten, maar ondertussen.
Leest Jaspers en de vrouwenbladen.
Snapt niet waarvoor dat schroefje dient en bouwt een brug.
Jong, als gewoonlijk jong, nog altijd jong.
Houdt een musje met een gebroken vleugel in de hand,
haar eigen geld voor een verre, lange reis,
het vleesmes, een kompres, een glaasje klare.
Waar moet ze nu weer heen, is ze niet moe?
Welnee, een beetje maar, ja, erg, het geeft niet.
Of ze houdt van hem, of ze verzet zich.
In goed, in kwaad, in hemelsnaam.

Een begrafenis – Wislawa Szymborska

‘zo plotseling, wie had dat verwacht’
‘zenuwen en sigaretten, ik heb hem gewaarschuwd’
‘redelijk, dank je’
‘pak die bloemen uit’
‘zijn broer had het ook aan zijn hart, vast een familiekwaal’

Lees verder